ECLI:NL:CRVB:2026:147
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over vaststelling mate arbeidsongeschiktheid en herstel medische grondslag WIA-besluit
Appellant, laatstelijk werkzaam als Senior Adviseur Luchtkwaliteit, is sinds juni 2017 ziekgemeld met psychische en fysieke klachten. Het UWV stelde in april 2019 de mate van arbeidsongeschiktheid vast op 71,36%, later bij bezwaar verlaagd naar 68,92%. Appellant betwist deze mate en stelt dat hij meer beperkingen heeft, waardoor hij de geselecteerde functies niet kan vervullen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de medische beoordeling van het UWV zorgvuldig was en dat er geen aanleiding was voor een verdere urenbeperking. Appellant ging in hoger beroep en verzocht om een deskundige. De Raad benoemde een verzekeringsarts die aanvullende beperkingen constateerde, maar niet tot volledige arbeidsongeschiktheid kwam.
De deskundige rapporteerde uitgebreid en motiveerde zijn bevindingen, waarbij hij rekening hield met diverse aandoeningen zoals PTSS, ME/CVS, migraine en OSAS. De Raad volgde de deskundige en oordeelde dat de medische grondslag van het bestreden besluit niet deugdelijk was gemotiveerd, waardoor het UWV wordt opgedragen het gebrek te herstellen en de gevolgen daarvan te beoordelen.
De Raad besloot geen nieuwe zitting te houden en gaf nog geen oordeel over proceskosten of schadevergoeding wegens termijnoverschrijding. De zaak wordt hiermee niet definitief afgesloten, maar het UWV krijgt de gelegenheid het besluit te herzien op basis van de nieuwe medische inzichten.
Uitkomst: De Raad draagt het UWV op het gebrek in de medische grondslag van het WIA-besluit te herstellen en de gevolgen daarvan te beoordelen.