ECLI:NL:CRVB:2026:152
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Verzoekster heeft een WIA-uitkering aangevraagd, maar het Uwv heeft deze geweigerd omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Na bezwaar en beroep heeft de rechtbank het besluit van het Uwv bevestigd. Verzoekster voerde aan dat haar beperkingen, zowel lichamelijk als psychisch, zijn onderschat en dat de geselecteerde functies niet geschikt zijn. Zij vroeg ook om een onafhankelijke medische deskundige en een voorlopige voorziening vanwege haar financiële situatie.
De Centrale Raad van Beroep heeft het hoger beroep behandeld en geoordeeld dat het Uwv terecht geen WIA-uitkering heeft toegekend. De medische en arbeidskundige beoordelingen zijn zorgvuldig en de beperkingen zijn adequaat vastgesteld. De Raad wees het verzoek om een onafhankelijke deskundige en de voorlopige voorziening af. De Raad oordeelde dat de schending van de motiveringsplicht in het bestreden besluit niet tot benadeling van verzoekster heeft geleid.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en het bestreden besluit, wees het verzoek om voorlopige voorziening af en veroordeelde het Uwv tot vergoeding van de proceskosten en griffierecht van verzoekster.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering omdat verzoekster minder dan 35% arbeidsongeschikt is.