Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- veroordeelt het Uwv in de kosten van appellante tot een bedrag van € 3.011,51;
- bepaalt dat het Uwv het door appellante in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 193,- vergoedt.
Centrale Raad van Beroep
In deze zaak heeft appellante, vertegenwoordigd door mr. M. Çankaya, hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Gelderland. De rechtbank had op 17 december 2024 een beslissing genomen in een zaak met nummer 23/4220. Het Uwv had op 14 april 2025 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen, waarbij de uitkering van appellante op grond van de Ziektewet (ZW) per 9 december 2022 werd voortgezet. Appellante heeft vervolgens het hoger beroep ingetrokken en verzocht om een proceskostenveroordeling. Het Uwv heeft geen bezwaar gemaakt tegen deze veroordeling. De Raad heeft besloten geen zitting te houden en het onderzoek gesloten. De Raad oordeelt dat het Uwv moet worden veroordeeld in de proceskosten, omdat appellante is tegemoetgekomen in haar verzoek. De proceskosten zijn begroot op € 2.802,-, inclusief kosten voor het indienen van beroeps- en hogerberoepschrift en bijkomende kosten. Daarnaast moet het Uwv ook de facturen van het revalidatiecentrum en de huisarts vergoeden, evenals het griffierecht van € 193,-. De uitspraak is gedaan door F.M. Rijnbeek, in aanwezigheid van griffier H.A. Baars, op 8 januari 2026.