ECLI:NL:CRVB:2026:162
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing studiefinanciering voor deeltijdopleiding rechtsgeleerdheid conform Wsf 2000
Appellant heeft studiefinanciering aangevraagd voor een deeltijdopleiding rechtsgeleerdheid, maar de minister wees dit af omdat hij niet was ingeschreven voor een voltijdse opleiding. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat de wetgever expliciet heeft bepaald dat studiefinanciering alleen voor voltijdopleidingen geldt.
Appellant voerde aan dat zijn deeltijdopleiding materieel gelijk zou zijn aan een voltijdopleiding, mede omdat hij in het eerste jaar zestig studiepunten behaalde. De Raad oordeelde echter dat dit niet afdoet aan het feit dat de inschrijving voor deeltijdonderwijs geen recht op studiefinanciering geeft. De verschillen in lestijden, aanwezigheidsplicht en studielast zijn relevant, evenals het feit dat appellant zich ook als voltijdstudent had kunnen inschrijven.
De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank en wijst het beroep af. De hardheidsclausule wordt niet toegepast omdat geen onbillijkheid van overwegende aard is aangetoond. De uitspraak bevestigt dat studiefinanciering strikt is verbonden aan voltijdopleidingen zoals omschreven in de Wsf 2000 en WHW.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van studiefinanciering voor de deeltijdopleiding bevestigd.