ECLI:NL:CRVB:2026:165
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand studiekosten en kosten bezwaar bevestigd
Appellante heeft bijzondere bijstand voor studiekosten aangevraagd, welke door het college is afgewezen omdat geen sprake is van noodzakelijke kosten in de zin van de Participatiewet. De rechtbank heeft het beroep tegen deze afwijzing ongegrond verklaard, waarbij werd geoordeeld dat het college geen toezegging heeft gedaan tot vergoeding en dat de afwijzing niet onrechtmatig is.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat het college onterecht de kosten van de bezwaarfase niet vergoedde en dat het college een toezegging had gedaan voor vergoeding van studiekosten. De Raad oordeelt dat dit een herhaling is van eerdere gronden zonder nieuwe onderbouwing en bevestigt het oordeel van de rechtbank.
De Raad benadrukt dat de wijziging van de grondslag van de afwijzing geen herroeping van het besluit inhoudt en dat vergoeding van kosten in bezwaar alleen mogelijk is bij herroeping wegens onrechtmatigheid. Het hoger beroep wordt afgewezen en appellante krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de bijzondere bijstand voor studiekosten blijft in stand.