ECLI:NL:CRVB:2026:166

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
12 februari 2026
Publicatiedatum
19 februari 2026
Zaaknummer
25/937 WUV
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 20 WuvArt. 3 Wet BIG
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vergoeding kosten haptotherapie wegens niet-erkende behandelaar

Appellant, een vervolgingsslachtoffer met erkende psychische en lichamelijke klachten, verzocht vergoeding van kosten voor haptotherapie over een periode van twee maanden. De vaste behandelaar was afwezig, waardoor een vervangend behandelaar de therapie uitvoerde.

Verweerder weigerde de vergoeding omdat de vervangend behandelaar niet was ingeschreven in het Register van Haptotherapeuten van de Vereniging Haptotherapeuten en de declaraties betrekking hadden op craniosacraal therapie, een niet-erkende therapievorm. Het bezwaar van appellant werd ongegrond verklaard.

De Raad oordeelde dat verweerder terecht kwaliteitseisen stelt aan haptotherapeuten, waaronder lidmaatschap van een erkende beroepsvereniging, en dat de vervangend behandelaar hier niet aan voldeed. Hoewel appellant al jarenlang vergoedingen ontving, blijft het beleid onverkort van toepassing. Het beroep wordt ongegrond verklaard en appellant krijgt geen vergoeding of proceskosten toegekend.

Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van vergoeding van haptotherapiekosten wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak in het geding tussen
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (verweerder)
Datum uitspraak: 12 februari 2026

SAMENVATTING

Verweerder heeft in deze zaak geweigerd de kosten van haptotherapie over een periode van twee maanden te vergoeden, omdat de betrokken vervangend behandelaar niet staat ingeschreven in het Register van Haptotherapeuten van de Vereniging Haptotherapeuten. Deze weigering houdt stand.

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. drs. C. Lamphen, advocaat, beroep ingesteld tegen een besluit van verweerder van 1 april 2025, kenmerk BZ011694142 (bestreden besluit). Dit betreft de toepassing van de Wuv. [1]
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van 15 januari 2026. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Lamphen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door A.L. van de Wiel.

OVERWEGINGEN

Inleiding

1. Bij de beoordeling van het hoger beroep zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang.
1.1.
Appellant, geboren in 1940, is vervolgde in de zin van de Wuv. Verweerder heeft aanvaard dat appellant psychische klachten, rug-, nek- en oogklachten heeft die in verband staan met de vervolging. Aan appellant zijn in de loop van de tijd verschillende voorzieningen toegekend, waaronder sinds 2007 een vergoeding voor de kosten van haptotherapie.
1.2.
In oktober 2024 heeft appellant verzocht de kosten te vergoeden van een viertal behandelingen haptotherapie in september en oktober 2024. Daarbij heeft appellant aangegeven dat hij vanwege de afwezigheid van zijn vaste behandelaar voor twee maanden is doorverwezen naar de behandelaar [vervanger] (vervanger).
1.3.
Met een betalingsbeschikking van 14 november 2024 heeft verweerder de kosten van behandeling niet vergoed voor zover de behandelingen zijn verricht door de vervanger. Volgens verweerder zien de declaraties op craniosacraal therapie. Voor deze voorziening is er geen toekenningsbesluit en daarnaast wordt deze vorm van therapie niet erkend, aldus verweerder. Het hiertegen gemaakte bezwaar is met het bestreden besluit ongegrond verklaard. Daarbij heeft verweerder overwogen dat de kosten niet zien op haptotherapie, maar op craniosacraal therapie en verder dat de vervanger niet is geregistreerd als haptotherapeut bij de Vereniging voor haptotherapeuten.

Het oordeel van de Raad

2. De Raad beoordeelt het bestreden besluit aan de hand van de argumenten die appellant in beroep heeft aangevoerd, de beroepsgronden. De Raad komt tot het oordeel dat het beroep niet slaagt.
2.1.
Op grond van artikel 20 van Pro de Wuv heeft een vervolgde – voor zover hier van belang – aanspraak op volledige vergoeding van de extra kosten van noodzakelijke voorzieningen in verband met de uit de vervolging voortvloeiende ziekten of gebreken.
2.2.
Verweerder hanteert het beleid dat bij een zelfstandig werkende therapeut zoals hier aan de orde een vergoeding wordt toegekend voor behandelingen die plaatsvinden maximaal éénmaal per week en minimaal éénmaal per maand. Verder is een uitdrukkelijke voorwaarde dat de haptotherapeut moet zijn ingeschreven in het Register van Haptotherapeuten van de Vereniging Haptotherapeuten.
2.3.
Verweerder beoogt met dit beleid dat adequate en kwalitatief goede zorg wordt verleend. Dit wordt zoveel mogelijk gewaarborgd door het stellen van het vereiste dat een behandelaar over de juiste kwalificaties beschikt. Een BIG-registratie en het aangesloten zijn bij een beroepsvereniging waarborgen dit. Een haptotherapeut behoort evenwel niet tot de in artikel 3 van Pro de Wet BIG [2] genoemde beschermde beroepen. Wat verweerder in het geval van een haptotherapeut in dit kader verlangt is het lid zijn van een erkende beroepsvereniging.
2.4.
Vaststaat dat de vervanger die de bewuste declaraties heeft afgegeven geen lid is van een beroepsvereniging. Om die reden mag de vervanger niet de prestatiecode voor haptotherapie op haar declaraties gebruiken. De vervanger heeft bij haar declaratie een prestatiecode gehanteerd die staat voor craniosacraal therapie. Deze therapievorm wordt door verweerder niet erkend en daarvoor is ook geen toekenningsbesluit gegeven. Daarnaar gevraagd heeft de vervanger de behandelingen nader omschreven als “diverse vormen van haptonomische aanraking, technieken uit de craniosacraal therapie en de fysiotherapeutische technieken en oefeningen”. Daarom heeft zij op de declaraties de prestatiecode 24601 (craniosacraal therapie) of 0731000 (fysiotherapie) gebruikt.
2.5.
Haptotherapie wordt door verweerder aangemerkt als een niet strikt medische therapeutische voorziening. Het is vaste rechtspraak [3] dat verweerder bij toekenning van dergelijke voorzieningen gerechtigd is kwaliteitseisen te stellen. Dat geldt voor onder meer het lid zijn van een beroepsvereniging. Deze eis geldt sinds einde jaren ’90.
2.6.
Door het voortzetten van de vergoedingen over een periode van jaren, ook na de beleidswijziging einde jaren ’90, is verweerder in het voordeel van appellant afgeweken van zijn beleid als hiervoor onder 2.3 geschetst, nu haptotherapie een door verweerder niet erkende therapie is en daarom niet voor vergoeding aanmerking komt. In het betoog van appellant dat verweerder bij het afwijzen van de verzochte vergoeding voor de bewuste declaraties niet in de geest van de wet heeft gehandeld en dat verweerder geen oog heeft voor de bijzondere belangen van oorlogsslachtoffers zoals hij, volgt de Raad appellant dus niet, nu appellant al in ruime mate is tegemoetkomen.

Conclusie en gevolgen

3. Het beroep slaagt dus niet. Dit betekent dat het bestreden besluit van 1 april 2025 in stand blijft.
4. Omdat het beroep niet slaagt krijgt appellant geen vergoeding voor zijn proceskosten en het betaalde griffierecht.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door H. Lagas in tegenwoordigheid van M.S. van Veller als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 12 februari 2026.
(getekend) H. Lagas
(getekend) M.S. van Veller

Voetnoten

1.Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945.
2.Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg.
3.Uitspraak van 3 december 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BK6529.