ECLI:NL:CRVB:2026:193
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd in hoger beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring voorlopige voorziening
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam, waarin de verzoeken om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk werden verklaard.
De aangevallen uitspraak betreft een beslissing als bedoeld in artikel 8:84, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Volgens artikel 8:104, tweede lid, aanhef en onder d, van de Awb is tegen een dergelijke uitspraak geen hoger beroep mogelijk.
Er zijn geen feiten of omstandigheden gesteld die een uitzondering op dit appèlverbod rechtvaardigen. Daarom verklaart de Centrale Raad van Beroep zich zonder verder onderzoek onbevoegd om kennis te nemen van het hoger beroep. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de voorlopige voorziening.