Uitspraak
12 september 2025, 24/362
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Gelderland. Volgens artikel 8:41 en Pro 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht is het betalen van griffierecht verplicht voor de ontvankelijkheid van het beroep.
De gemachtigde van appellant is op 28 oktober 2025 en opnieuw op 28 november 2025 schriftelijk gewezen op de verschuldigdheid en de betalingstermijn van het griffierecht van €143,-. Ondanks deze aanmaningen is het griffierecht niet betaald binnen de gestelde termijnen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant in verzuim is en verklaart het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door M. Wolfrat en uitgesproken op 24 februari 2026.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht binnen de gestelde termijn.