Uitspraak
SAMENVATTING
PROCESVERLOOP
.
Centrale Raad van Beroep
Appellante, werkzaam als productiemedewerkster, heeft zich ziekgemeld met psychische en fysieke klachten. Het UWV stelde de mate van arbeidsongeschiktheid vast op 37,30% en beoordeelde het aangeboden werk als passend. Appellante betwistte deze vaststelling en de passendheid van het werk.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen niet waren onderschat. De Centrale Raad van Beroep onderschrijft dit oordeel en voegt toe dat geen nieuwe medische informatie is aangeleverd en dat de fysieke beperkingen passend zijn, mede gelet op de diagnose fibromyalgie.
De Raad oordeelt dat het gebruik van sjabloonversie 5 van de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) terecht is toegepast en dat het werk binnen de beschutte werkplek passend is, met voldoende begeleiding. Ook de stellingen over een rumoerige werkomgeving en handmatige beperkingen worden verworpen.
Daarnaast is vastgesteld dat de redelijke termijn voor de procedure met ruim elf maanden is overschreden, wat leidt tot een schadevergoeding van €1.000,-, waarvan €909,- voor rekening van de Staat en €91,- voor het UWV. De proceskosten voor het verzoek om schadevergoeding worden eveneens verdeeld.
Het hoger beroep wordt afgewezen, de vaststelling van de arbeidsongeschiktheid blijft in stand en de schadevergoeding wegens termijnoverschrijding wordt toegekend.
Uitkomst: De vaststelling van 37,30% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd en het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt toegewezen.