ECLI:NL:CRVB:2026:205
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling arbeidsongeschiktheid op 60,87% in WIA-uitkering
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV waarin zijn mate van arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 60,87%. Hij stelde dat hij meer beperkt is dan vastgesteld en dat het medisch onderzoek ontoereikend was. De rechtbank Amsterdam heeft het beroep ongegrond verklaard en het besluit van het UWV in stand gelaten.
De Centrale Raad van Beroep heeft het hoger beroep behandeld en geoordeeld dat het medisch en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig en toereikend was. De Raad heeft vastgesteld dat de beperkingen van appellant goed zijn gemotiveerd en dat de functies waarop de arbeidsongeschiktheidsberekening is gebaseerd medisch passend zijn. De Raad heeft het standpunt van appellant dat hij meer beperkt is dan vastgesteld niet gevolgd, mede omdat appellant geen nieuwe medische gegevens heeft ingebracht.
De Raad bevestigt daarmee het besluit van het UWV en de uitspraak van de rechtbank. De mate van arbeidsongeschiktheid van 60,87% blijft gehandhaafd en appellant krijgt geen vergoeding van proceskosten. De uitspraak is gedaan door S.B. Smit-Colenbrander op 25 februari 2026.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant 60,87% arbeidsongeschikt is en wijzigt het besluit van het UWV niet.