ECLI:NL:CRVB:2026:206
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toekenning WGA-vervolguitkering bij arbeidsongeschiktheid van 65-80%
Appellant, die zich ziekmeldde met psychische klachten en een WIA-uitkering ontving, stelde bezwaar en beroep in tegen de vaststelling van zijn mate van arbeidsongeschiktheid door het Uwv. Na een zorgvuldige medische en arbeidskundige beoordeling werd de mate van arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 65-80% en werd een WGA-vervolguitkering toegekend.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was, waarbij de verzekeringsarts bezwaar en beroep de medische situatie adequaat had beoordeeld, ook rekening houdend met door appellant ingebrachte deskundigen. De rechtbank vond geen aanleiding om de medische beoordeling te betwijfelen en wees het verzoek om een deskundige af.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat de beperkingen werden onderschat en dat onzorgvuldig was gehandeld, maar de Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank. De Raad stelde vast dat de medische beoordeling zorgvuldig en goed gemotiveerd was, dat de psychische klachten waren meegewogen en dat de eerder geselecteerde functies nog actueel waren. Het verzoek om een onafhankelijke deskundige werd afgewezen en het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen.
Uitkomst: De toekenning van de WGA-vervolguitkering met een arbeidsongeschiktheid van 65-80% blijft in stand en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.