ECLI:NL:CRVB:2026:212
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen vaststelling mate arbeidsongeschiktheid WIA-uitkering
Appellant, voormalig medewerker jeugdzorg, diende een WIA-uitkering aan wegens arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 52,62%. Na bezwaar en een gewijzigde beslissing van het UWV werd de mate van arbeidsongeschiktheid verhoogd naar 74,75%. Appellant stelde dat hij meer beperkingen had dan door het UWV erkend.
De Centrale Raad van Beroep benoemde een onafhankelijke verzekeringsarts als deskundige, die concludeerde dat er op medische gronden meer beperkingen waren dan in de FML van oktober 2023 waren opgenomen. De Raad volgde dit oordeel omdat het deskundigenrapport zorgvuldig, inzichtelijk en consistent was en de aanvullende beperkingen goed onderbouwd waren.
De Raad vernietigde de eerdere besluiten van het UWV wegens strijd met de Awb en beval een nieuwe beslissing op bezwaar, waarbij het deskundigenrapport in acht moet worden genomen. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten. Het verzoek om schadevergoeding in de vorm van wettelijke rente werd afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de eerdere besluiten van het UWV en beveelt een nieuwe beslissing op bezwaar met inachtneming van het deskundigenrapport.