ECLI:NL:CRVB:2026:212
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen vaststelling mate arbeidsongeschiktheid WIA-uitkering
Appellant, voormalig medewerker jeugdzorg, meldde zich ziek met psychische en fysieke klachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde aanvankelijk een arbeidsongeschiktheid van 52,62% vast, later verhoogd naar 74,75% na bezwaar en aanvullend onderzoek.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar in hoger beroep benoemde de Raad een onafhankelijke deskundige die meer beperkingen vaststelde dan het UWV had aangenomen. De Raad oordeelde dat het UWV onvoldoende rekening hield met deze aanvullende beperkingen, waaronder psychische en energetische factoren.
De Raad vernietigde de eerdere besluiten en bepaalde dat het UWV een nieuwe beslissing moet nemen, waarbij het deskundigenrapport leidend is. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten. Het verzoek om schadevergoeding in de vorm van wettelijke rente werd afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de eerdere besluiten van het UWV en beveelt nieuwe besluitvorming met inachtneming van het deskundigenrapport.