Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;
- bepaalt dat de griffier het in hoger beroep betaalde griffierecht van € 143,- aan appellant vergoedt.
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 3 juli 2012 in een WAO-zaak. De termijn voor het indienen van het beroepschrift bedroeg zes weken, ingaande op de dag na bekendmaking van de uitspraak. Het beroepschrift is echter pas op 10 november 2025 ontvangen, ruim 13 jaar na het verstrijken van de termijn op 14 augustus 2012.
Appellant voerde aan dat de termijnoverschrijding het gevolg was van een ernstige en langdurige medische toestand, waaronder een chronische depressieve stoornis, de ziekte van Parkinson en ernstige lage rugklachten. Desondanks oordeelt de Raad dat deze omstandigheden onvoldoende aannemelijk maken dat appellant niet eerder in staat was om het hoger beroep in te stellen.
De Raad stelt vast dat belangen die met het materiële geschil gemoeid zijn, niet relevant zijn voor de beoordeling van de ontvankelijkheid. Gezien de ruime termijnoverschrijding en het ontbreken van verschoonbare omstandigheden wordt het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. Het betaalde griffierecht wordt aan appellant terugbetaald en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdige indiening en niet-verschoonbare termijnoverschrijding.