ECLI:NL:CRVB:2026:215
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant. Volgens artikel 8:41 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is griffierecht verschuldigd bij het indienen van een beroepschrift, en deze verplichting geldt ook voor hoger beroep op grond van artikel 8:108 Awb Pro.
Appellante werd op 2 augustus 2025 schriftelijk gewezen op de verschuldigdheid van een griffierecht van €143,00, met een betalingstermijn van 28 dagen. Zij diende op 15 augustus 2025 een verzoek tot vrijstelling in, dat op 14 oktober 2025 werd afgewezen wegens het niet voldoen aan de voorwaarden.
Op 15 oktober 2025 ontving appellante een aangetekende brief waarin zij opnieuw werd gewezen op de betaling van het griffierecht binnen vier weken, met de waarschuwing dat niet-betaling zou leiden tot niet-ontvankelijkheid van het hoger beroep. Het griffierecht werd niet betaald binnen de gestelde termijn. De Raad oordeelt dat appellante in verzuim is en verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht binnen de gestelde termijn.