ECLI:NL:CRVB:2026:216
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging proceskostenveroordeling minister in NOW-subsidiezaak
Appellante ontving een voorschot op een NOW-subsidie, maar diende de definitieve aanvraag niet tijdig in door interne communicatieproblemen. De minister stelde de subsidie aanvankelijk op nihil vast en vorderde het voorschot terug. Appellante maakte bezwaar en diende alsnog de aanvraag in met een derdenverklaring. De minister herzag het besluit en kende alsnog een subsidie toe.
De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk, veroordeelde de minister tot betaling van proceskosten van €907 en griffierecht, maar wees vergoeding van kosten rechtsbijstand af. Appellante ging in hoger beroep en vorderde vergoeding van €10.500 aan kosten rechtsbijstand, stellende dat het UWV laakbaar had gehandeld.
De Raad oordeelde dat appellante geen verzoek tot vergoeding van kosten bezwaar had ingediend en dat geen bijzondere omstandigheden bestonden die een hogere vergoeding rechtvaardigen. Het feit dat de minister het besluit herzag, was geen reden voor uitzonderlijke kostenvergoeding. De Raad bevestigde daarom de proceskostenveroordeling van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de proceskostenveroordeling van de minister tot betaling van €907 aan appellante zonder vergoeding van kosten rechtsbijstand.