ECLI:NL:CRVB:2026:220
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens meer gewerkte uren dan opgegeven en niet-ontvankelijkverklaring bezwaar boete
Appellant en zijn echtgenote ontvingen bijstand op grond van de Participatiewet. Na een anonieme melding startte de gemeente Delft een onderzoek naar vermeende niet opgegeven werkzaamheden van appellant als pakketbezorger. Uit overzichten van het postbedrijf bleek dat appellant meer uren werkte dan hij had opgegeven, wat leidde tot intrekking en terugvordering van bijstand.
Appellant voerde aan dat de overzichten onjuist waren omdat anderen zijn werkaccount gebruikten en dat hij geen beloning kreeg voor extra uren. Deze stellingen werden door de Raad verworpen vanwege onvoldoende onderbouwing en tegenstrijdigheden met eigen verklaringen en contracten.
Daarnaast werd het bezwaar tegen een opgelegde boete niet-ontvankelijk verklaard omdat appellant het bezwaarschrift te laat had ingediend en onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het tijdig was aangeboden aan Falkpost.
De Raad bevestigde de uitspraken van de rechtbank en wees de hoger beroepen af. Appellant kreeg geen proceskostenvergoeding. De beslissing werd genomen door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 24 februari 2026.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand en de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar tegen de boete worden bevestigd.