Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2026:225

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
26 februari 2026
Publicatiedatum
27 februari 2026
Zaaknummer
24/1983 POL
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9a Besluit bezoldiging politie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging afwijzing verzoek uitbetaling OVW-periodieken bij hogere persoonlijke inschaling politie

Appellant, werkzaam bij de politie en aangesteld in een functie gewaardeerd op schaal 9, verzocht om uitbetaling van OVW-periodieken gekoppeld aan schaal 11, terwijl hij persoonlijk was ingeschaald in schaal 10. De korpschef wees dit verzoek af, waarna appellant bezwaar maakte en vervolgens in beroep ging bij de rechtbank. De rechtbank oordeelde dat OVW-periodieken aan de functieschaal zijn gekoppeld en dat appellant door zijn hogere persoonlijke inschaling in schaal 10 al het bedrag ontvangt dat overeenkomt met schaal 9 plus OVW-periodieken van schaal 10. Een aanspraak op OVW-periodieken van schaal 11 kon niet worden afgeleid uit het aanstellingsbesluit of communicatie van de korpschef.

Appellant stelde in hoger beroep dat hij op grond van uitlatingen van HRM en zijn leidinggevende mocht vertrouwen op extra OVW-periodieken, maar de Raad verwierp dit beroep op het vertrouwensbeginsel omdat geen concrete toezeggingen waren gedaan. De Raad onderschreef de motivering van de rechtbank en concludeerde dat appellant geen recht heeft op OVW-periodieken gekoppeld aan schaal 11.

De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarmee het bestreden besluit en wees het hoger beroep af. Appellant kreeg geen proceskostenvergoeding en het betaalde griffierecht werd niet teruggegeven.

Uitkomst: Het verzoek om uitbetaling van OVW-periodieken gekoppeld aan schaal 11 wordt afgewezen en het hoger beroep wordt verworpen.

Uitspraak

Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
24/1983 POL
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 10 juli 2024, 23/8146 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellant] te [woonplaats] (appellant)
de korpschef van Politie (korpschef)
Datum uitspraak: 26 februari 2026

SAMENVATTING

Het gaat in deze zaak om de vraag of het verzoek van appellant om uitbetaling van OVWperiodieken terecht is afgewezen. Appellant is aangesteld in een functie, gewaardeerd op schaal 9, die recht geeft op OVW-periodieken ter hoogte van de volgende schaal. Hij is echter ingeschaald in de afwijkende en hogere persoonlijke schaal 10. Het bedrag dat appellant vanuit zijn inschaling in schaal 10, trede 14 ontvangt, is even hoog als het bedrag dat hij zou hebben ontvangen als hij zou zijn ingeschaald in functieschaal 9, trede 14, vermeerderd met de OVW-periodieken ter hoogte van de volgende schaal. Met de rechtbank is de Raad van oordeel dat appellant geen recht heeft op aan schaal 10 gekoppelde OVWperiodieken, ter hoogte van schaal 11.

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld. De korpschef heeft een verweerschrift en nadere stukken ingediend.
De meervoudige kamer heeft de zaak verwezen naar de enkelvoudige kamer.
De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van 29 januari 2026. Appellant is verschenen. De korpschef heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. I.E.H. Versteijlen.

OVERWEGINGEN

Inleiding

1. Bij de beoordeling van het hoger beroep zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang.
1.1.
Appellant is sinds 8 januari 2001 werkzaam bij de politie. Tot februari 2017 was appellant werkzaam in de functie van [naam functie]. Hij was ingeschaald in de functionele schaal, te weten schaal 9, trede 14 van het Besluit bezoldiging politie (Bbp). In verband met de aan deze functie verbonden Onvermijdelijk Verzwarende Werkomstandigheden (OVW) punten, ontving hij OVW-periodieken, materieel overeenkomend met schaal 10, trede 14.
1.2.
Met een besluit van 30 januari 2017 is appellant per 1 februari 2017 aangesteld in de functie van [naam functiegroep]. In het aanstellingsbesluit is vermeld dat het salaris € 4.524,33 bedraagt op basis van schaal 10, trede 14. Daarnaast is vermeld dat aan de functie OVW-punten zijn toegekend.
1.3.
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen zijn salarisstrook van 19 mei 2023, omdat hij uitbetaling wil van OVW-periodieken. De korpschef heeft het bezwaar van appellant (ook) aangemerkt als een verzoek om terug te komen van een in rechte vaststaand besluit (herzieningsverzoek).
1.4.
Met een besluit van 28 augustus 2023 heeft de korpschef heeft het herzieningsverzoek afgewezen. Hiertegen heeft appellant bezwaar gemaakt.
1.5.
Met een bestreden besluit van 24 oktober 2023 heeft de korpschef het bezwaar tegen de salarisstrook niet-ontvankelijk verklaard en het bezwaar tegen de afwijzing van het herzieningsverzoek ongegrond verklaard.
Uitspraak van de rechtbank
2. De rechtbank heeft, voor zover hier van belang, het beroep tegen het bestreden besluit gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, voor zover dat ziet op de afwijzing van het herzieningsverzoek. De rechtbank heeft zelf in de zaak voorzien door het besluit tot afwijzing van het herzieningsverzoek te herroepen en het verzoek op te vatten als een verzoek om naleving van het aanstellingsbesluit van 30 januari 2017. Appellant heeft met verwijzing naar het aanstellingsbesluit verzocht om uitbetaling van OVW-periodieken. De rechtbank heeft dit verzoek afgewezen. Hiertoe heeft de rechtbank, kort samengevat, het volgende overwogen. Op grond van artikel 9a van het Bbp wordt aan een ambtenaar die het maximum van zijn schaal behorende bij een functie met OVW-punten heeft bereikt, extra periodieken toegekend ter hoogte van de volgende salarisschaal. Hieruit volgt dat OVWperiodieken niet gekoppeld zijn aan de persoon, maar aan de functieschaal. Appellant is aangesteld in de functie van [naam functiegroep] en bij deze functie hoort (functie)schaal 9 van het Bbp. Appellant is ingeschaald in schaal 10 en heeft dus een van zijn functieschaal afwijkende hogere schaal. Het bedrag dat appellant vanuit zijn inschaling in schaal 10, trede 14 ontvangt, is even hoog als het bedrag dat hij zou hebben ontvangen als hij zou zijn ingeschaald in functieschaal 9, trede 14, vermeerderd met de OVW-periodieken ter hoogte van de volgende salarisschaal 10. Door de hogere inschaling heeft appellant het bedrag aan OVW-periodieken, waarop hij op grond van zijn aanstellingsbesluit en artikel 9a van het Bbp recht heeft, al ontvangen. Een aanspraak op OVW-periodieken bij schaal 10 ter hoogte van schaal 11 kan volgens de rechtbank niet worden afgeleid uit het aanstellingsbesluit of uit berichten van de zijde van de korpschef.
Het standpunt van appellant
3. Appellant is het met de uitspraak van de rechtbank niet eens. Wat hij daartegen heeft aangevoerd wordt hierna besproken.

Het oordeel van de Raad

4. De Raad beoordeelt of de rechtbank het verzoek om uitbetaling van OVWperiodieken terecht heeft afgewezen, aan de hand van wat appellant in hoger beroep heeft aangevoerd, de beroepsgronden. De Raad komt tot het oordeel dat het hoger beroep niet slaagt. Hierna legt de Raad uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
4.1.
Wat appellant in hoger beroep heeft aangevoerd, is in essentie een herhaling van wat hij in beroep naar voren heeft gebracht. De rechtbank heeft deze beroepsgronden van appellant afdoende besproken en overtuigend gemotiveerd waarom deze niet slagen. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat appellant geen aanspraak kan maken op OVWperiodieken gekoppeld aan schaal 10, ter hoogte van schaal 11. De aan dit oordeel ten grondslag liggende overwegingen, zoals samengevat weergegeven in overweging 2 van deze uitspraak, worden onderschreven. Daaraan wordt het volgende toegevoegd.
4.2.
Het standpunt van appellant dat hij gelet op de uitlatingen van HRM en zijn leidinggevende erop had mogen vertrouwen dat hij recht had op extra OVW-periodieken slaagt niet. Uit de berichten van HRM kan niet worden afgeleid dat aan appellant extra OVWperiodieken vanuit schaal 10, ter hoogte van schaal 11, zouden worden toegekend. In een antwoord van maart 2017 van HRM op een vraag van de leidinggevende van appellant is juist vermeld dat in de nieuwe functie van appellant de OVW-periodieken zijn ‘ingebouwd’. Ook in oktober 2022 en in mei 2023 heeft HRM in antwoord op een vraag van appellant aan hem meegedeeld dat sprake is van een (hogere) persoonlijke schaal die geen recht geeft op extra OVW-periodieken. Van een concrete toezegging of uitlating van zijn leidinggevende dat appellant vanuit schaal 10 recht had op OVW-periodieken, ter hoogte van de volgende salarisschaal, is evenmin gebleken. Het beroep op het vertrouwensbeginsel slaagt daarom niet.

Conclusie en gevolgen

4.3.
Het hoger beroep slaagt dus niet. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd. Dit betekent dat de afwijzing van het verzoek van appellant om uitbetaling van OVWperiodieken in stand blijft.
5. Omdat het hoger beroep niet slaagt, krijgt appellant geen vergoeding voor zijn proceskosten. Ook krijgt appellant het betaalde griffierecht niet terug.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door H. Lagas in tegenwoordigheid van C.C.M. van ‘t Hol als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 26 februari 2026.

(getekend) H. Lagas

(getekend) C.C.M. van ‘t Hol

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wettelijke regels

Besluit bezoldiging politie
Artikel 1
1. Dit besluit verstaat onder:
(...)
m. salaris: het bedrag dat met inachtneming van de bepalingen van dit besluit voor
de ambtenaar is vastgesteld aan de hand van één van de bijlagen van dit besluit,
inclusief de op grond van artikel 9a toegekende periodieken;
(...)
ww. OVW punten: Onvermijdelijk Verzwarende Werkomstandigheden punten,
zoals die met toepassing van het functiewaarderingssysteem zoals bedoeld in
artikel 6, tweede lid, worden vastgesteld;
xx. OVW periodieken: Onvermijdelijk Verzwarende Werkomstandigheden
periodieken, welke kunnen worden toegewezen op grond van artikel 9a;
(...)
(...)
Artikel 9a
1. De ambtenaar die het maximum van de schaal behorende bij een functie met 24 of
meer OVW punten, zoals opgenomen in bijlage VII, heeft bereikt, wordt, met
behoud van deze schaal en met inachtneming van het tweede lid, extra periodieken
ter hoogte van de in de volgende salarisschaal opgenomen periodieken toegekend.
(...)