ECLI:NL:CRVB:2026:234
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens geschiktheid voor maatgevende arbeid als productiemedewerker
Appellant heeft een WIA-uitkering aangevraagd na ziekte met psychische, rug- en enkelklachten, maar het UWV heeft deze geweigerd omdat hij geschikt is voor zijn maatgevende arbeid als productiemedewerker. De rechtbank heeft dit besluit bevestigd na zorgvuldige beoordeling van medische en arbeidskundige rapporten, waarbij de beperkingen van appellant niet zijn onderschat.
Appellant voerde aan dat hij door PTSS, depressieve en paniekklachten niet in staat is zijn werk te verrichten, mede door sociale beperkingen en fysieke klachten. De Raad concludeert echter dat appellant onvoldoende medische onderbouwing heeft geleverd om de eerdere beoordeling te weerleggen. Het werk als productiemedewerker is eenvoudig en psychisch niet belastend, en het grootste deel van het werk wordt zittend uitgevoerd.
De Raad volgt de rechtbank in het oordeel dat appellant niet arbeidsongeschikt is in de zin van de Wet WIA en bevestigt de weigering van de WIA-uitkering per 5 april 2022. Het hoger beroep wordt afgewezen en appellant krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering omdat appellant geschikt is voor zijn maatgevende arbeid als productiemedewerker.