ECLI:NL:CRVB:2026:235
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, werkzaam als logistiek medewerker, heeft meerdere keren ziekteperiodes gehad en een Ziektewet-uitkering ontvangen. Na het bereiken van 104 weken ziekte heeft het UWV de ZW-uitkering beëindigd en geweigerd een WIA-uitkering toe te kennen wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.
De medische beoordeling door een UWV-arts en een arbeidsdeskundige concludeerden dat appellant geschikt is voor neksparend werk en dat de voorgehouden functies zijn mogelijkheden niet overschrijden. De rechtbank vernietigde het besluit deels wegens onvoldoende motivering, maar liet de rechtsgevolgen in stand na nader onderzoek.
In hoger beroep betoogde appellant dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat een eerdere PTSS-diagnose ten onrechte buiten beschouwing was gelaten. De Raad volgde het UWV en de rechtbank, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de PTSS-diagnose uit 2010 geen actuele beperkingen oplevert.
De Centrale Raad van Beroep verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de weigering van de WIA-uitkering per 20 augustus 2022. Appellant krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.