ECLI:NL:CRVB:2026:243
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft een WIA-uitkering aangevraagd na ziekmelding in januari 2021, maar het UWV weigerde deze per 4 januari 2023 toe te kennen omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn. De medische en arbeidskundige onderzoeken, waaronder een Functionele Mogelijkhedenlijst, toonden beperkingen aan, maar niet in die mate dat appellant niet kan werken in de geselecteerde functies.
De rechtbank Oost-Brabant verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat de medische rapporten zorgvuldig waren en rekening hielden met zijn lichamelijke en psychische klachten, waaronder COPD en angstklachten. De rechtbank vond de geselecteerde functies passend en oordeelde dat de beperkingen niet zodanig waren dat een urenbeperking gerechtvaardigd was.
Appellant voerde in hoger beroep voornamelijk medische gronden aan, waaronder nieuwe informatie van zijn huisarts, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat deze informatie geen nieuwe feiten bevatte die niet al eerder waren beoordeeld. De Raad onderschreef de motivering van de rechtbank en bevestigde het bestreden besluit, waardoor appellant geen WIA-uitkering ontvangt en geen proceskostenvergoeding krijgt.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is.