ECLI:NL:CRVB:2026:244
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang na gewijzigde beslissing UWV
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van het UWV inzake een WIA-uitkering. Tijdens de procedure heeft het UWV een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen die volledig tegemoetkomt aan de bezwaren van appellant, waardoor het geschil feitelijk is komen te vervallen.
De Raad heeft het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een procesbelang. Wel is het UWV veroordeeld tot vergoeding van de door appellant gemaakte proceskosten, waaronder de kosten voor rechtsbijstand en reiskosten, alsmede het betaalde griffierecht.
Daarnaast is het verzoek om vergoeding van wettelijke rente over de na te betalen uitkering toegewezen, met verwijzing naar een eerdere uitspraak van de Raad over de wijze van rente-berekening. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 4 maart 2026.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang; het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van wettelijke rente, proceskosten en griffierecht.