Appellant ontving op 16 januari 2019 een loongerelateerde WGA-uitkering van het UWV wegens volledige arbeidsongeschiktheid. Hij maakte bezwaar omdat hij meende recht te hebben op een IVA-uitkering vanwege duurzame arbeidsongeschiktheid. Het bezwaar werd door het UWV ongegrond verklaard en de rechtbank handhaafde dit besluit.
Tijdens het hoger beroep nam het UWV op 15 oktober 2025 een gewijzigde beslissing waarin de volledige arbeidsongeschiktheid van appellant als duurzaam werd erkend en hem met terugwerkende kracht een IVA-uitkering werd toegekend. Appellant stemde hiermee in en verzocht de Raad uitspraak te doen en het UWV te veroordelen in de proceskosten.
De Raad oordeelde dat het hoger beroep niet-ontvankelijk is wegens het ontbreken van procesbelang, omdat het UWV met de gewijzigde beslissing volledig aan de bezwaren tegemoet was gekomen. Wel werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht van appellant.