Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2026:270

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
3 maart 2026
Publicatiedatum
11 maart 2026
Zaaknummer
25/246 PW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 35 PWArt. 5 Beleidsregels Eenmalige energietoeslag 2023 gemeente Venray
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing aanvraag eenmalige energietoeslag 2023 wegens niet-toepassing hardheidsclausule

Appellante, een uitkeringsgerechtigde op grond van de Wet WIA, verzocht om een eenmalige energietoeslag 2023 bij het college van burgemeester en wethouders van Venray. Het college weigerde deze toeslag toe te kennen omdat het inkomen van appellante hoger was dan 130% van de toepasselijke bijstandsnorm, zoals vastgelegd in de Beleidsregels Eenmalige energietoeslag 2023.

Appellante voerde aan dat de hardheidsclausule uit de beleidsregels toegepast moest worden vanwege haar status als slachtoffer van de Toeslagenaffaire, haar schuldenlast en problemen met levensonderhoud. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel in hoger beroep.

De Raad oordeelde dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat zij als slachtoffer van de Toeslagenaffaire was erkend en dat haar schuldenlast en financiële problemen onvoldoende waren onderbouwd. Ook werd geoordeeld dat een structurele overschrijding van de inkomensgrens met € 28,71 per maand niet als een zeer marginale overschrijding kan worden gezien die een dringende reden vormt voor toepassing van de hardheidsclausule.

Daarmee bleef het bestreden besluit in stand en werd de aanvraag voor de eenmalige energietoeslag geweigerd. Appellante kreeg geen vergoeding van proceskosten of griffierecht.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de eenmalige energietoeslag 2023 wegens het ontbreken van dringende redenen voor toepassing van de hardheidsclausule.

Uitspraak

Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
25/246 PW
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Roermond van
29 januari 2025, 24/3258 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
het college van burgemeester en wethouders van Venray (college)
Datum uitspraak: 3 maart 2026

SAMENVATTING

Deze zaak gaat over de weigering om een eenmalige energietoeslag voor het jaar 2023 op grond van de Participatiewet (PW) toe te kennen. Het college heeft hieraan ten grondslag gelegd dat appellante door de hoogte van haar inkomen niet voldoet aan de voorwaarden uit het beleid en dat er geen aanleiding is om de hardheidsclausule toe te passen. Appellante voert aan dat de hardheidsclausule uit het beleid in haar geval wel toegepast had moeten worden omdat er dringende redenen zijn als bedoeld in de toepasselijke beleidsregels. De Raad geeft appellante geen gelijk. Het hoger beroep slaagt niet.

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. W.H.A. Bos, advocaat, hoger beroep ingesteld. Het college heeft een verweerschrift ingediend.
De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van 20 januari 2026. Appellante is niet verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A.E.M. van Santvoort.

OVERWEGINGEN

Inleiding

1. Bij de beoordeling van het hoger beroep zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang.
1.1.
Appellante ontvangt een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA).
1.2.
Met een besluit van 29 november 2023, na bezwaar gehandhaafd met een besluit van 2 mei 2024 (bestreden besluit), heeft het college ambtshalve geweigerd om de eenmalige energietoeslag voor het jaar 2023 aan appellante toe te kennen. Aan het bestreden besluit ligt het volgende ten grondslag. Het inkomen van appellante is hoger dan 130% van de voor haar toepasselijke bijstandsnorm, zodat zij niet voldoet aan de voorwaarden die zijn neergelegd in de Beleidsregels Eenmalige energietoeslag 2023 gemeente Venray (Beleidsregels). Er zijn geen dringende redenen als bedoeld in artikel 5 van Pro de Beleidsregels om met toepassing van de in dat artikel neergelegde hardheidsclausule alsnog de eenmalige energietoeslag 2023 toe te kennen aan appellante.
Uitspraak van de rechtbank
2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarmee het bestreden besluit in stand gelaten.
Het standpunt van appellante
3. Appellante is het met de uitspraak van de rechtbank niet eens. Wat zij daartegen heeft aangevoerd wordt hierna besproken.

Het oordeel van de Raad

4. De Raad beoordeelt of de rechtbank terecht het bestreden besluit in stand heeft gelaten aan de hand van wat appellante in hoger beroep heeft aangevoerd, de beroepsgronden. De Raad komt tot het oordeel dat het hoger beroep niet slaagt. Hierna legt de Raad uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. De wettelijke regels en beleidsregels die voor de beoordeling van het hoger beroep belangrijk zijn, zijn te vinden in de bijlage bij deze uitspraak.
4.1.
Artikel 35, vierde lid, aanhef, onder b, van de PW maakt het mogelijk om categoriaal bijzondere bijstand toe te kennen aan een alleenstaande of gezin in de vorm van een eenmalige energietoeslag. Het college heeft voor de uitoefening van deze bevoegdheid de Beleidsregels vastgesteld.
4.2.
Niet in geschil is dat het maandelijkse WIA-inkomen van appellante boven de in de Beleidsregels gestelde inkomensgrens voor toekenning van de eenmalige energietoeslag lag. Het inkomen van appellante was namelijk maandelijks € 28,71 hoger dan 130% van de voor haar toepasselijke bijstandsnorm. Op grond hiervan mocht het college de energietoeslag overeenkomstig zijn Beleidsregels weigeren.
4.3.
Tussen partijen is alleen in geschil of het college toepassing had moeten geven aan de hardheidsclausule van artikel 5 van Pro de Beleidsregels. Op grond van deze hardheidsclausule kan het college, als de aanvrager niet in aanmerking komt voor een eenmalige energietoeslag, gelet op alle omstandigheden, in het individuele geval beoordelen of de aanvrager in afwijking van de Beleidsregels alsnog in aanmerking komt voor een eenmalige energietoeslag, indien dringende redenen hiertoe noodzaken.
4.4.
Appellante heeft aangevoerd dat die dringende redenen zich in haar geval voordoen en dat het college daarom met toepassing van de hardheidsclausule de energietoeslag 2023 had moeten toekennen aan haar. Daartoe heeft appellante het volgende naar voren gebracht. Zij is gedupeerde van de toeslagenaffaire, heeft als gevolg daarvan een enorme schuldenlast opgebouwd en ondervindt nog veel problemen om in het dagelijks levensonderhoud te voorzien. Haar schulden heeft zij kenbaar gemaakt bij het college. Er is slechts sprake van een zeer marginale overschrijding van de inkomensgrens, namelijk met minder dan € 30,-. Dat zij een regeling heeft getroffen voor de betaling van haar schulden doet niks af aan het feit dat er sprake is van hardheid in haar geval om de eenmalige energietoeslag niet toe te kennen. Deze beroepsgrond slaagt niet. Het college heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat er in het geval van appellante geen dringende redenen zijn die aanleiding geven om de hardhardheidsclausule toe te passen. Hiervoor is het volgende van betekenis.
4.4.1.
Appellante heeft niet onderbouwd dat zij als slachtoffer van de Toeslagenaffaire is erkend. Verder heeft appellante de gestelde enorme schuldenlast en de gestelde problemen om te voorzien in haar levensonderhoud niet onderbouwd, ook niet in hoger beroep, en daarom niet aannemelijk gemaakt. Net als in bezwaar en beroep heeft zij volstaan met verwijzing naar twee schulden, waaronder een schuld aan het college die is ontstaan in 2023. Het enkele bestaan van twee schulden maakt niet dat sprake is van dringende redenen als bedoeld in artikel 5 van Pro de Beleidsregels. Hierbij kan er bovendien niet aan voorbij worden gezien, zoals de rechtbank heeft overwogen, dat appellante voor deze schulden zelf betalingsregelingen heeft getroffen van € 100,- per maand. Noch gesteld, noch gebleken is dat appellante daardoor in de financiële problemen is gekomen, nog daargelaten, zoals het college ter zitting terecht heeft gesteld, dat de energietoeslag niet bedoeld is voor de betaling van schulden. Ten slotte kan, anders dan appellante stelt, een structurele overschrijding van de inkomensgrens met € 28,71 per maand niet worden gezien als een zeer marginale overschrijding die zou moeten worden aangemerkt als een dringende reden als bedoeld in artikel 5 van Pro de Beleidsregels.

Conclusie en gevolgen

4.5.
Uit 4.4 en 4.4.1 volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak wordt bevestigd. Dit betekent dat de weigering om de energietoeslag 2023 toe te kennen in stand blijft.
5. Omdat het hoger beroep niet slaagt krijgt appellante geen vergoeding voor haar proceskosten en het betaalde griffierecht.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door W.F. Claessens in tegenwoordigheid van F.M. Gerritsen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 3 maart 2026.

(getekend) W.F. Claessens

(getekend) F.M. Gerritsen

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wettelijke en beleidsregels regels

Participatiewet
Artikel 35 (geldend op 2 mei 2024)
1. Onverminderd paragraaf 2.2, heeft de alleenstaande of het gezin recht op bijzondere bijstand voor zover de alleenstaande of het gezin niet beschikt over de middelen om te voorzien in de uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van het bestaan en deze kosten naar het oordeel van het college niet kunnen worden voldaan uit de bijstandsnorm, de individuele inkomenstoeslag, bedoeld in artikel 36, de studietoeslag, bedoeld in artikel 36b, het vermogen en het inkomen voor zover dit meer bedraagt dan de bijstandsnorm, waarbij artikel 31, tweede lid, en artikel 34, tweede lid, niet van toepassing zijn. Het college bepaalt het begin en de duur van de periode waarover het vermogen en het inkomen in aanmerking wordt genomen.
(…)
4. In afwijking van het eerste lid kan bijzondere bijstand ook aan een alleenstaande of een gezin worden verleend in de vorm van een eenmalige energietoeslag, zonder dat wordt nagegaan of die alleenstaande of dat gezin in dat jaar een sterk gestegen energierekening had:
(…)
b. voor het jaar 2023, die kan worden verstrekt tot en met 31 augustus 2024.
(…)
6. De in het vierde lid bedoelde toeslag kan in afwijking van artikel 43, eerste lid, ambtshalve worden vastgesteld.
(…)
Beleidsregels Eenmalige energietoeslag 2023 gemeente Venray
Artikel 1. Begripsbepalingen
In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
(…)
b. bijstandsnorm: toepasselijke netto bijstandsuitkering inclusief vakantiegeld;
(…)
f. inkomen: totaal van het inkomen, bedoeld in artikel 32 van Pro de wet;
g. peildatum: 1 oktober 2023;
h. referteperiode: periode van 3 maanden voorafgaand aan de peildatum zoals genoemd in artikel 1 onder Pro g van deze beleidsregels;
(…)
Artikel 2. Doelgroep eenmalige energietoeslag 2023
1. De eenmalige energietoeslag 2023 bedraagt € 800 per huishouden met een laag inkomen waarbij het in aanmerking te nemen inkomen op de peildatum niet hoger is dan 120% van de toepasselijke bijstandsnorm en wordt ambtshalve of op aanvraag als bijzondere bijstand verleend.
2. De eenmalige energietoeslag 2023 bedraagt € 400 per huishouden met een laag inkomen waarbij het in aanmerking te nemen inkomen op de peildatum tussen 120% en 130% van de toepasselijke bijstandsnorm ligt en wordt ambtshalve of op aanvraag als bijzondere bijstand verleend.
3. Een huishouden (alleenstaande of gezin), zoals bedoeld in artikel 4 van Pro deze beleidsregels, heeft gedurende de referteperiode een laag inkomen zoals bedoeld in artikel 2 lid 1 of Pro 2, staat op de aanvraagdatum ingeschreven in de BRP op het adres waar de toeslag op aangevraagd wordt én heeft energiekosten. Per huishouden kan de toeslag slechts één keer worden verstrekt.
4. Bij wisselende inkomsten wordt voor de bepaling van het inkomen uitgegaan van het gemiddelde inkomen over de referteperiode.
5. Voor de toepassing van deze regeling wordt het vermogen niet in aanmerking genomen.
(…)
Artikel 5. Hardheidsclausule
Als de aanvrager niet in aanmerking komt voor een eenmalige energietoeslag kan het college, gelet op alle omstandigheden, in het individuele geval beoordelen of de aanvrager in afwijking van de beleidsregels alsnog in aanmerking komt voor een eenmalige energietoeslag, indien dringende redenen hiertoe noodzaken.