ECLI:NL:CRVB:2026:277
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdige betaling griffierecht in WIA-zaak
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Gelderland in een WIA-zaak. De zaak werd door de meervoudige kamer verwezen naar een enkelvoudige kamer voor verdere behandeling.
Volgens artikel 8:41 Awb Pro is het betalen van griffierecht verplicht bij het indienen van een beroepschrift, en deze verplichting geldt ook voor hoger beroep op grond van artikel 8:108 Awb Pro. Appellant is bij brief van 12 augustus 2025 en opnieuw bij aangetekende brief van 12 september 2025 gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht van €143,- en de uiterste betaaldatum.
Het griffierecht is echter niet binnen de gestelde termijn betaald. Op basis van de beschikbare gegevens kan niet worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest. Daarom verklaart de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep niet-ontvankelijk zonder inhoudelijke behandeling. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.