Uitspraak
28 juli 2025, 23/8281
Centrale Raad van Beroep
Op 13 januari 2026 heeft de Centrale Raad van Beroep uitspraak gedaan in de zaak met nummer 25/1855 PW. Het hoger beroep van de appellant, die in beroep ging tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag van 28 juli 2025, is niet-ontvankelijk verklaard. De appellant had geen gronden ingediend bij het beroepschrift, wat in strijd is met artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De appellant kreeg de kans om dit verzuim te herstellen, maar heeft de gestelde termijnen ongebruikt laten verstrijken. Er zijn geen redenen aangevoerd die het verzuim zouden kunnen verontschuldigen. Hierdoor kon de Centrale Raad van Beroep zonder verder onderzoek besluiten dat het hoger beroep niet-ontvankelijk was. De uitspraak werd gedaan door M. Wolfrat, in tegenwoordigheid van griffier A. Giesen, en is openbaar uitgesproken op dezelfde datum.