ECLI:NL:CRVB:2026:280
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep na tegemoetkoming UWV en toewijzing rente en proceskosten
Appellante stelde hoger beroep in tegen een besluit van het UWV inzake een WIA-uitkering. Tijdens de procedure kwam het UWV appellante tegemoet door het bezwaar gegrond te verklaren en een nieuwe beslissing te nemen die toekenning van een IVA-uitkering omvatte.
Naar aanleiding hiervan trok appellante het hoger beroep in en verzocht de Raad het UWV te veroordelen tot vergoeding van de wettelijke rente over de na te betalen uitkering en tot vergoeding van de proceskosten.
De Raad oordeelde dat het UWV op grond van de intrekking en tegemoetkoming in het bezwaar veroordeeld kon worden tot betaling van de wettelijke rente en de proceskosten die appellante redelijkerwijs had moeten maken in zowel de beroeps- als hoger beroepsfase. Tevens werd het griffierecht vergoed.
De uitspraak werd gedaan door de Centrale Raad van Beroep op 5 maart 2026, waarbij het hoger beroep werd ingetrokken en het UWV werd veroordeeld tot betaling van in totaal €3.736 aan proceskosten en €182 aan griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ingetrokken en het UWV wordt veroordeeld tot betaling van wettelijke rente en proceskosten.