ECLI:NL:CRVB:2026:295
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling arbeidsongeschiktheid op 50,41% door UWV
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen de vaststelling van zijn arbeidsongeschiktheid door het UWV, die per 14 februari 2022 en 1 juli 2023 op 50,41% is vastgesteld. Hij stelde dat zijn medische beperkingen en psychische klachten onvoldoende zijn meegewogen en dat het medisch onderzoek niet representatief was.
De rechtbank Rotterdam heeft de besluiten van het UWV in stand gelaten, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen juist waren vastgesteld. De Raad heeft het hoger beroep van appellant behandeld en geoordeeld dat het medisch en arbeidskundig onderzoek adequaat en zorgvuldig is uitgevoerd, waarbij alle klachten, inclusief psychische en lichamelijke, zijn betrokken.
De Raad concludeert dat de geselecteerde functies medisch geschikt zijn en dat de mate van arbeidsongeschiktheid terecht is vastgesteld. Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Appellant krijgt geen vergoeding van proceskosten toegekend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vaststelling van de arbeidsongeschiktheid op 50,41%.