Uitspraak
7 oktober 2025, 25/5179 en 25/5181 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag, maar het beroepschrift is niet tijdig ingediend. Volgens artikel 6:7 Awb Pro bedraagt de termijn voor het indienen van een beroepschrift zes weken, ingaand de dag na bekendmaking van de uitspraak. De termijn eindigde op 22 november 2025, terwijl het beroepschrift pas op 24 november 2025 werd ontvangen.
De Raad overweegt dat bij professionele rechtshulpverlener het risico van termijnoverschrijding in beginsel voor rekening van de partij komt, tenzij sprake is van bijzondere persoonlijke omstandigheden of nalaten van het bestuursorgaan. Appellante heeft geen bijzondere omstandigheden aangevoerd en heeft niet gereageerd op een verzoek om opgave van redenen voor de overschrijding.
Daarom is het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding. De Raad ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en besluit zonder verder onderzoek. De uitspraak is gedaan door C.F.E. van Olden-Smit en uitgesproken op 10 maart 2026.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdige indiening van het beroepschrift zonder verschoonbare termijnoverschrijding.