ECLI:NL:CRVB:2026:32

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
15 januari 2026
Publicatiedatum
15 januari 2026
Zaaknummer
24/607 AKW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geen recht op kinderbijslag voor in Marokko woonachtige kinderen wegens niet voldoen aan onderhoudseis

In deze uitspraak oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat appellant op de peildatum van het 4e kwartaal 2020 niet heeft voldaan aan de onderhoudseis voor zijn in Marokko woonachtige kinderen. De Raad bevestigt dat de Sociale verzekeringsbank (Svb) terecht heeft bepaald dat appellant geen recht heeft op kinderbijslag. Appellant had op 24 november 2021 kinderbijslag aangevraagd voor zijn kinderen, die bij hun moeder in Marokko wonen. De Svb verzocht appellant om aan te tonen dat hij bijdraagt aan de onderhoudskosten van de kinderen, maar appellant heeft niet de benodigde gegevens overgelegd. De Svb heeft de aanvraag niet in behandeling genomen en de rechtbank heeft het beroep tegen dit besluit ongegrond verklaard. Appellant heeft hoger beroep ingesteld, maar de Raad komt tot de conclusie dat het hoger beroep niet slaagt. De Raad stelt vast dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij aan zijn onderhoudsplicht heeft voldaan. De overgelegde bewijsstukken zijn niet herleidbaar tot betalingen voor zijn kinderen en appellant heeft niet kunnen aantonen dat hij in Marokko verbleef in de relevante periode. De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en het bestreden besluit blijft in stand, wat betekent dat appellant geen recht heeft op kinderbijslag vanaf het 4e kwartaal 2020. Appellant krijgt geen vergoeding voor proceskosten of griffierecht.

Uitspraak

24/607 AKW
Datum uitspraak: 15 januari 2026
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 30 januari 2024, 23/3826 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
SAMENVATTING
In deze uitspraak oordeelt de Raad dat appellant op de peildatum van het 4e kwartaal 2020 niet heeft voldaan aan de onderhoudseis voor zijn in Marokko woonachtige kinderen. De Svb heeft terecht bepaald dat appellant geen recht heeft op kinderbijslag.

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. M. Jozefzoon-Flipse, advocaat, hoger beroep ingesteld. De Svb heeft een verweerschrift ingediend.
De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van 6 maart 2025. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Jozefzoon-Flipse. Tevens was voor appellant aanwezig [X] als tolk. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. O.F.M. Vonk
.Het onderzoek ter zitting is geschorst. Appellant is in de gelegenheid gesteld nadere bewijsstukken over de periode(n) van zijn verblijf in Marokko en de betaling van onderhoudsbijdrage(n) in geding te brengen.
Op 20 maart 2025 zijn namens appellant nadere stukken overgelegd. De Svb heeft op de overgelegde stukken gereageerd.
De behandeling van de zaak is door de Raad hervat op de zitting van 4 december 2025. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Jozefzoon-Flipse. Voor appellant was tevens aanwezig [Y] als tolk. De Svb heeft zich laten door vertegenwoordigen door mr. Vonk.

OVERWEGINGEN

Inleiding

1. Bij de beoordeling van het hoger beroep zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang.
1.1.
Appellant heeft op 24 november 2021 kinderbijslag aangevraagd op grond van de AKW [1] voor zijn kinderen [naam kind 1] (geboren op [geboortedatum 1] 2010), [naam kind 2] (geboren op [geboortedatum 2] 2013) en [naam kind 3] (geboren op [geboortedatum 3] 2015). De kinderen wonen bij hun moeder in Marokko. Om te beoordelen of er recht bestaat op kinderbijslag heeft de Svb appellant verzocht aan te tonen dat hij een bijdrage levert in de onderhoudskosten (onderhoudseis) van de kinderen.
1.2.
Met een besluit van 28 januari 2022, na bezwaar gehandhaafd met een besluit van 31 maart 2022 heeft de Svb de aanvraag niet in behandeling genomen. Ondanks verzoeken daartoe heeft appellant niet de benodigde gegevens overgelegd zodat de door hem ingediende aanvraag om toekenning van kinderbijslag niet kan worden beoordeeld. Het beroep dat appellant tegen het besluit van 31 maart 2022 had ingesteld is door hem ingetrokken.
1.3.
Met een besluit van 31 januari 2023 heeft de Svb afwijzend beslist op het verzoek van appellant om de eerdere afwijzing te herzien. Het hiertegen gemaakte bezwaar is met een besluit van 15 juni 2023 ongegrond verklaard. De Svb heeft overwogen dat appellant vanaf het 4e kwartaal 2020 geen kinderbijslag krijgt. Hierbij is in aanmerking genomen dat van appellant geen (verdere) betaalbewijzen of bewijzen van zijn verblijf in Marokko zijn ontvangen.
Uitspraak van de rechtbank
2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarmee het bestreden besluit in stand gelaten.
Het standpunt van appellant
3. Appellant is het met de uitspraak van de rechtbank niet eens. Wat hij daartegen heeft aangevoerd wordt hierna besproken.

Het oordeel van de Raad

4. De Raad beoordeelt of de rechtbank terecht het bestreden besluit in stand heeft gelaten aan de hand van wat appellant in hoger beroep heeft aangevoerd. De Raad komt tot het oordeel dat het hoger beroep niet slaagt.
Verzoek om herziening
4.1.
De Raad stelt vast dat de Svb het verzoek om herziening inhoudelijk heeft beoordeeld. Gelet hierop zal de Raad de afwijzing ervan toetsen aan de hand van de aangevoerde beroepsgronden als ware dit het eerste besluit over een aanvraag voor kinderbijslag. [2]
Onderhoudseis
4.2.
Op grond van artikel 7, eerste lid, van de AKW, heeft een verzekerde recht op kinderbijslag voor een kind dat jonger is dan 18 jaar en dat tot zijn huishouden behoort of door hem wordt onderhouden. Op basis van artikel 5 van het Besluit Uitvoering Kinderbijslag bedroeg in 2020 de onderhoudsbijdrage € 433,- per kalenderkwartaal.
4.3.
Omdat de kinderen op de peildatum (eerste dag van het 4e kwartaal 2020) niet tot het huishouden van appellant behoorden kan hij slechts aanspraak maken op kinderbijslag als hij aannemelijk maakt dat hij zijn kinderen in belangrijke mate heeft onderhouden. Volgens vaste rechtspraak moet appellant op een voor de Svb eenvoudig te controleren wijze aantonen of aannemelijk maken dat hij heeft voldaan aan de voor hem geldende onderhoudsbijdrage. Dat kan bijvoorbeeld door bankoverschrijvingen ten name van de persoon die de kinderen verzorgt of de kinderen zelf over te leggen.
4.4.
Op basis van de nader overgelegde gegevens kan niet worden vastgesteld dat appellant aan zijn onderhoudsplicht heeft voldaan. De overgelegde betalingsoverzichten betreffen betalingen van de broer van de echtgenote van appellant aan de echtgenote zelf. Deze betalingen zijn dus niet door appellant zelf gedaan en zijn niet herleidbaar tot betalingen voor zijn kinderen. Daarbij komt dat de overgemaakte bedragen niet voldoen aan de vereiste hoogte van de onderhoudsbijdrage. Daarnaast heeft appellant niet aannemelijk kunnen maken dat hij het 4e kwartaal van 2020 bij zijn kinderen in Marokko verbleef. Van de overgelegde kopieën van een Marokkaans paspoort, waarbij de Raad aanneemt dat het een paspoort van appellant is, blijkt dat appellant op 24 juli 2020 Marokko heeft verlaten terwijl de eerstvolgende inreis naar Marokko is geweest op 21 maart 2022. De Svb heeft kopieën overgelegd van een Nederlands paspoort van appellant waaruit niet blijkt dat appellant tussen 11 februari 2019 en 16 juli 2022 in Marokko is geweest.

Conclusie en gevolgen

4.5.
Uit 4.4 volgt dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd. Dit betekent dat het bestreden besluit in stand blijft en appellant geen recht heeft op kinderbijslag vanaf het 4e kwartaal 2020.
5. Omdat het hoger beroep niet slaagt krijgt appellant geen vergoeding voor zijn proceskosten en het betaalde griffierecht.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door H. Lagas in tegenwoordigheid van B.F.C. Wiedenhof als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 15 januari 2026.
(getekend) H. Lagas
(getekend) B.F.C. Wiedenhof

Voetnoten

1.Algemene Kinderbijslagwet.
2.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van 28 september 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:1847.