Uitspraak
SAMENVATTING
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
Het oordeel van de Raad
Conclusie en gevolgen
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV waarin haar arbeidsongeschiktheid per 8 augustus 2022 werd vastgesteld op 55,73%. Zij stelt dat zij meer beperkingen heeft en daarom een hogere mate van arbeidsongeschiktheid toekomt. De rechtbank Amsterdam heeft het beroep van appellante ongegrond verklaard en het besluit van het UWV in stand gelaten.
In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de rechtbank bevestigd. De Raad concludeert dat de medische en arbeidskundige beoordelingen zorgvuldig en consistent zijn uitgevoerd. Er is geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van de vastgestelde beperkingen en de geselecteerde passende functies. Appellante heeft geen nieuwe medische stukken ingebracht die het oordeel zouden kunnen wijzigen.
Het verzoek van appellante om een deskundige te benoemen wordt afgewezen vanwege het ontbreken van twijfel aan de medische beoordeling. Het hoger beroep wordt verworpen, de vaststelling van 55,73% arbeidsongeschiktheid blijft gehandhaafd en het verzoek tot schadevergoeding wordt afgewezen. Appellante krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: De vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid op 55,73% per 8 augustus 2022 wordt bevestigd en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.