ECLI:NL:CRVB:2026:33
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verhuiskostenvergoeding van €3000 op grond van Wmo 2015
Appellante, met lichamelijke beperkingen, verzocht op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 om een verhuisadvies en een verhuiskostenvergoeding voor een gelijkvloerse woning. Het college wees aanvankelijk de vergoeding af, maar keerde later een standaardbedrag van €3000 toe. Appellante maakte bezwaar tegen de hoogte van deze vergoeding.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en oordeelde dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat het standaardbedrag ontoereikend was. De rechtbank vond dat uit de overgelegde stukken niet bleek dat de goedkoopst adequate oplossing was gekozen voor de inrichting van haar woning.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunten, maar de Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank. De Raad stelde vast dat het college de specifieke omstandigheden van appellante had onderzocht en dat er geen reden was om van het standaardbedrag af te wijken. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de verhuiskostenvergoeding van €3000 blijft in stand.