ECLI:NL:CRVB:2026:331

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
19 maart 2026
Publicatiedatum
18 maart 2026
Zaaknummer
24/2651 ANW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Artikel 1 ANWArtikel 13 Algemeen Verdrag sociale zekerheid Nederland-MarokkoArtikel 14, eerste lid, ANWArtikel 22 Algemeen Verdrag sociale zekerheid Nederland-MarokkoAlgemene Ouderdomswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging weigering ANW-uitkering wegens niet-verzekerd zijn van overleden echtgenoot

Appellante heeft een ANW-uitkering aangevraagd na het overlijden van haar echtgenoot, die in Marokko woonde en daar in 2022 overleed. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) wees de aanvraag af omdat de echtgenoot op het moment van overlijden niet verzekerd was voor de ANW. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond en liet het besluit in stand.

Appellante ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. De Centrale Raad van Beroep heeft het hoger beroep behandeld en beoordeeld of de rechtbank terecht het besluit in stand hield. De Raad concludeerde dat de echtgenoot niet verplicht of vrijwillig verzekerd was voor de ANW op het moment van overlijden, noch verzekerd was op grond van het socialezekerheidsverdrag tussen Nederland en Marokko.

De Raad oordeelde dat het feit dat de echtgenoot een AOW-pensioen ontving vanuit Nederland niet leidt tot recht op een ANW-uitkering. Omdat de echtgenoot geen ingezetene was en niet in Nederland werkte, was hij niet verzekerd voor de ANW. Het hoger beroep werd verworpen en het bestreden besluit bleef van kracht. Appellante kreeg geen vergoeding voor het betaalde griffierecht.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de ANW-uitkering omdat de overleden echtgenoot niet verzekerd was voor de ANW.

Uitspraak

Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
24/2651 ANW
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 9 oktober 2024, 24/1086 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank (Svb)
Datum uitspraak: 19 maart 2026

SAMENVATTING

In deze uitspraak volgt de Raad het oordeel van de rechtbank dat aan appellante terecht een uitkering op grond van de ANW is geweigerd. De overleden echtgenoot van appellante was op de datum van overlijden niet verplicht of vrijwillig verzekerd voor de ANW. Hij was ook niet verzekerd op grond van Marokkaanse wetgeving.

PROCESVERLOOP

Appellante heeft hoger beroep ingesteld. De Svb heeft een verweerschrift ingediend.
De meervoudige kamer heeft de zaak verwezen naar de enkelvoudige kamer.
De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van 5 februari 2026. Appellante is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door J.Y. van den Berg.

OVERWEGINGEN

Inleiding

1. Bij de beoordeling van het hoger beroep zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang.
1.1.
Appellante, geboren in 1977, is in 2005 getrouwd met [naam echtgenoot] , geboren in 1938 (echtgenoot). Haar echtgenoot heeft in Nederland gewerkt. Hij woonde in Marokko en is daar op [datum] 2022 overleden. De echtgenoot van appellante ontving met ingang van 2006 een AOW [1] -pensioen. Na zijn overlijden heeft appellante een uitkering op grond van de ANW [2] aangevraagd.
1.2.
Met een besluit van 25 augustus 2022 heeft de Svb de aanvraag afgewezen. Appellante heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Met een besluit van 5 januari 2024 (bestreden besluit) is het bezwaar van appellante ongegrond verklaard. De Svb heeft hierbij overwogen dat de echtgenoot op de dag van overlijden niet verzekerd was voor de ANW.
Uitspraak van de rechtbank
2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarmee het bestreden besluit in stand gelaten.
Het standpunt van appellante
3. Appellante is het met de uitspraak van de rechtbank niet eens. Wat zij daartegen heeft aangevoerd wordt hierna besproken.

Het oordeel van de Raad

4. De Raad beoordeelt of de rechtbank terecht het bestreden besluit in stand heeft gelaten aan de hand van wat appellante in hoger beroep heeft aangevoerd, de beroepsgronden. De Raad komt tot het oordeel dat het hoger beroep niet slaagt. De wettelijke regels die voor de beoordeling van het hoger beroep belangrijk zijn, zijn te vinden in de bijlage bij deze uitspraak.
4.1.
Voor het recht op een ANW-uitkering is vereist dat de echtgenoot op de datum van zijn overlijden verzekerd was voor de ANW.
4.2.
Het betoog van appellante dat haar echtgenoot vanuit Nederland een AOW-pensioen ontving, maakt niet dat recht bestaat op een ANW-uitkering. Op de datum van overlijden was haar echtgenoot geen ingezetene van Nederland en werkte hij ook niet in Nederland in dienstbetrekking. De echtgenoot was dus op de datum van overlijden niet verplicht verzekerd voor de ANW. Verder is niet in geschil dat hij ook niet vrijwillig verzekerd was voor de ANW.
4.3.
Appellante kan ook geen recht op een nabestaandenuitkering ontlenen aan het socialezekerheidsverdrag tussen Nederland en Marokko. Op grond van dat verdrag kan een nabestaande aanspraak maken op een ANW-uitkering in Nederland als de echtgenoot bij overlijden voor datzelfde risico was verzekerd in Marokko. [3] De echtgenoot van appellante was echter niet verzekerd op grond van de Marokkaanse wettelijke regelingen.
4.4.
Op de datum van zijn overlijden was de echtgenoot van appellante dus niet verzekerd voor de ANW. De aanvraag is terecht afgewezen.

Conclusie en gevolgen

4.5.
Het hoger beroep slaagt dus niet. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd. Dit betekent dat het bestreden besluit in stand blijft.
5. Omdat het hoger beroep niet slaagt krijgt appellante geen vergoeding voor het betaalde griffierecht.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door E.E.V. Lenos in tegenwoordigheid van J.A. Adjei-Asamoah als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 19 maart 2026.

(getekend) E.E.V. Lenos

(getekend) J.A. Adjei-Asamoah
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH Den Haag) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen over het begrip verzekerde.

DÉCISION

La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale),
Statue:
Confirme la décision attaquée.
Par conséquent, décidée par E.E.V. Lenos en présence de J.A. Adjei-Asamoah en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 19 mars 2026.
Les parties disposent d’un délai de six semaines á compter de la date d’envoi pour introduire un pourvoi en cassation contre cette décision devant la Cour de Cassation des Pays-Bas: Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, NL2500 EH ‘s-Gravenhage) au titre de la violation ou de la mauvaise application des dispositions concernant la notion de groupe d’assuré.

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wettelijke regels

Algemene nabestaandenwet
Artikel 1
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
(…)
nabestaande: de echtgenoot van degene, die op de dag van overlijden verzekerd is op grond van deze wet;
(…)
Artikel 13
1. Verzekerd overeenkomstig de bepalingen van deze wet is degene, die
ingezetene is;
geen ingezetene is, doch ter zake van in Nederland of op het continentaal plat in dienstbetrekking verrichte arbeid aan de loonbelasting is onderworpen.
(…)
Algemeen Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko
Artikel 22
1. Wanneer een werknemer op wie dit Verdrag van toepassing is, op het tijdstip van zijn overlijden verzekerd is krachtens de Marokkaanse wettelijke regelingen, en tijdvakken van verzekering volgens de Nederlandse wettelijke regelingen inzake uitkeringen aan nagelaten betrekkingen heeft vervuld, kan zijn weduwe op een pensioen krachtens laatstgenoemde wettelijke regelingen aanspraak maken.
(…)

Voetnoten

1.Algemene Ouderdomswet.
2.Algemene Nabestaandenwet.
3.Artikel 14, eerste lid, ANW in samenhang met artikel 1, aanhef en onder d, van de ANW; artikel 22 van Pro het Algemeen Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko, Trb. 1972, 34.