ECLI:NL:CRVB:2026:344
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet-tijdige indiening en niet-betaling griffierecht
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland, maar het beroepschrift is na afloop van de beroepstermijn ontvangen. De termijn voor het indienen van het beroepschrift bedraagt zes weken en begon te lopen op 17 september 2025, na toezending van de aangevallen uitspraak op 16 september 2025. Het beroepschrift werd pas op 3 november 2025 ontvangen, wat te laat is.
Daarnaast is appellant meerdere malen schriftelijk gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht van €143,- binnen een gestelde termijn. Ondanks herhaalde aanmaningen, waaronder een aangetekende brief die werd geweigerd en een daaropvolgende gewone brief, is het griffierecht niet betaald. Dit leidt ertoe dat het hoger beroep niet inhoudelijk kan worden behandeld.
Appellant heeft geen bijzondere omstandigheden aangevoerd die de termijnoverschrijding kunnen rechtvaardigen. De Centrale Raad van Beroep oordeelt daarom dat het hoger beroep niet-ontvankelijk is wegens termijnoverschrijding en niet-betaling van het griffierecht. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door M. Wolfrat, in aanwezigheid van griffier A. Giesen, en uitgesproken op 24 maart 2026.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening en niet-betaling van het griffierecht.