ECLI:NL:CRVB:2026:347
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding in zorgkantoorzaak
Appellante stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, maar diende het beroepschrift ruim na de wettelijke termijn in. De Raad beoordeelde dat de termijn voor het indienen van het beroepschrift zes weken bedraagt, ingaand de dag na bekendmaking van de uitspraak.
Appellante voerde als reden voor de overschrijding dat zij contact had gezocht met de gemachtigde van het zorgkantoor en geen advocaat kon vinden. De Raad oordeelde dat deze omstandigheden geen bijzondere omstandigheden vormden die de termijnoverschrijding verschoonbaar maakten. Uit e-mailcorrespondentie bleek dat appellante op de hoogte was van de beroepstermijn en zelfs voornemens was hoger beroep in te stellen.
Het verzoek om een voorlopige voorziening werd eveneens niet-ontvankelijk verklaard omdat de formele connexiteit met het hoger beroep ontbrak. De Raad besloot zonder verdere inhoudelijke behandeling dat het hoger beroep en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk zijn, en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het hoger beroep en het verzoek om voorlopige voorziening zijn niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdige indiening zonder verschoonbare omstandigheden.