ECLI:NL:CRVB:2026:351
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling arbeidsongeschiktheid op 53,04% en geschiktheid geselecteerde functies
Appellant, voormalig bagagemedewerker, is sinds mei 2021 ziekgemeld en heeft een WIA-uitkering aangevraagd. Het UWV stelde de mate van arbeidsongeschiktheid vast op 53,04% en selecteerde passende functies. Appellant betwistte dit en voerde aan dat zijn medische beperkingen groter zijn, waardoor hij de functies niet kan vervullen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het UWV-onderzoek zorgvuldig was en dat appellant onvoldoende medische onderbouwing had geleverd voor extra beperkingen. Appellant ging in hoger beroep en voerde met name psychische klachten en energiegebrek aan, maar de Raad volgde dit niet.
De Centrale Raad van Beroep concludeerde dat het UWV terecht de functionele mogelijkhedenlijst (FML) en arbeidskundige beoordeling heeft gehanteerd. De door appellant ingebrachte fysiotherapeutbrief leverde geen nieuwe inzichten op. De geselecteerde functies zijn medisch en arbeidskundig passend. Het hoger beroep wordt afgewezen en de toekenning van de WIA-uitkering blijft ongewijzigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vaststelling van 53,04% arbeidsongeschiktheid en de geschiktheid van de geselecteerde functies.