ECLI:NL:CRVB:2026:369
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft een WIA-uitkering aangevraagd na ziekmelding met pijn- en psychische klachten. Het UWV stelde op basis van medisch en arbeidskundig onderzoek vast dat zij slechts 12,17% arbeidsongeschikt is en wees de uitkering af. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig en gemotiveerd was.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar beperkingen werden gebagatelliseerd en dat de geselecteerde functies ongeschikt zijn. De Centrale Raad van Beroep overwoog dat de subjectieve beleving niet doorslaggevend is en dat er geen medische onderbouwing is voor aanvullende beperkingen. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat de functies passend zijn.
Het hoger beroep wordt verworpen, de weigering van de WIA-uitkering blijft in stand en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Appellante krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.