ECLI:NL:CRVB:2026:370
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering herziening besluit afwijzing Wajong-uitkering
Appellant heeft op 21 augustus 2020 een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering, die door het UWV op 12 november 2020 werd afgewezen wegens voldoende arbeidsvermogen.
Na een nieuw ingediend formulier op 31 mei 2023 en een bijgevoegd intelligentieonderzoek van 21 april 2022, weigerde het UWV bij besluit van 4 oktober 2023 terug te komen op de eerdere afwijzing. Dit besluit werd bevestigd bij bezwaar op 8 mei 2024.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, stellende dat het intelligentieonderzoek geen nieuw feit is omdat het al in eerdere procedures was ingebracht en beoordeeld. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en oordeelt dat het UWV zorgvuldig en gemotiveerd heeft gehandeld en dat het besluit niet evident onredelijk is.
Het hoger beroep wordt verworpen, waardoor het besluit van het UWV in stand blijft en appellant geen proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV tot afwijzing van de Wajong-aanvraag blijft in stand.