ECLI:NL:CRVB:2026:380
Centrale Raad van Beroep
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering TOZO-bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
In deze zaak gaat het om de herziening en terugvordering van TOZO-bijstand over de periode van 1 juni 2020 tot en met 31 januari 2021. Appellant had bij de aanvragen voor Tozo-2 en Tozo-3 onjuiste inkomsten opgegeven, namelijk € 0,00 per maand, terwijl hij inkomsten uit arbeid had ontvangen die niet waren gemeld.
Het bestuur handhaafde het terugvorderingsbesluit na bezwaar, omdat appellant zijn inlichtingenverplichting had geschonden door deze inkomsten niet te melden. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Appellant diende op de dag voor de zitting nog nadere gronden in, maar deze werden buiten beschouwing gelaten wegens strijd met de goede procesorde.
De Raad oordeelde dat de inlichtingenverplichting op grond van artikel 17 van Pro de Participatiewet onverkort van toepassing is en dat het verkorte aanvraagformulier niet betekent dat inkomsten niet opnieuw hoeven te worden opgegeven. Appellant had onjuiste informatie verstrekt, waardoor de terugvordering terecht is. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en de terugvordering blijft in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van TOZO-bijstand wegens schending van de inlichtingenverplichting.