ECLI:NL:CRVB:2026:403
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep inzake herziening en terugvordering bijstand zonder proceskostenveroordeling
Appellante had hoger beroep ingesteld tegen besluiten over de herziening en terugvordering van haar bijstandsuitkering met ingang van 1 november 2022, naar aanleiding van de afkoop van het partnerpensioen na het overlijden van haar echtgenoot.
Het dagelijks bestuur had op 17 juli 2025 een besluit genomen waarbij de bijstand van appellante met ingang van 4 april 2022 werd ingetrokken en teruggevorderd, omdat zij vanaf februari 2022 een uitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet ontving die gelijk of hoger was dan de bijstandsuitkering.
Naar aanleiding hiervan heeft appellante het hoger beroep ingetrokken en verzocht om proceskostenveroordeling van het dagelijks bestuur. De Raad oordeelt dat het dagelijks bestuur niet geheel of gedeeltelijk aan de bezwaren van appellante tegemoet is gekomen, zodat het verzoek om proceskostenveroordeling wordt afgewezen.
De zaak is niet op een zitting behandeld omdat partijen geen zitting wensten. De uitspraak is gedaan door M. Wolfrat, in aanwezigheid van griffier A.H. Hagendoorn-Huls, op 31 maart 2026.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenveroordeling wordt afgewezen na intrekking van het hoger beroep over de herziening en terugvordering van bijstand.