ECLI:NL:CRVB:2026:41
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ingangsdatum bijzondere invaliditeitsverhoging op ontslagdatum militair
Appellant, een voormalig beroepsmilitair die in 2009 gewond raakte tijdens een uitzending naar Afghanistan, verzocht in september 2022 om toekenning van een militair invaliditeitspensioen. Na een militair geneeskundig onderzoek (MGO) in oktober 2022 werd hem met ingang van 1 januari 2023 ontslag verleend en een invaliditeitspensioen toegekend met een bijzondere invaliditeitsverhoging.
De staatssecretaris verhoogde later de mate van invaliditeit en de invaliditeitsverhoging, maar handhaafde de ingangsdatum op de ontslagdatum. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze ingangsdatum ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat de bijzondere invaliditeitsverhoging met terugwerkende kracht vóór zijn ontslagdatum zou moeten ingaan.
De Raad oordeelde dat appellant niet ongeschikt was voor militaire dienst en dat hij geen recht had op een eerdere ingangsdatum van de invaliditeitsverhoging. De Raad wees erop dat appellant in 2010 medisch geschikt werd geacht en dat hij destijds geen bezwaar maakte tegen het MGO. Er waren geen bijzondere omstandigheden die de staatssecretaris zouden verplichten om terugwerkende kracht toe te kennen. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De bijzondere invaliditeitsverhoging gaat in op de ontslagdatum 1 januari 2023; het hoger beroep wordt afgewezen.