ECLI:NL:CRVB:2026:426
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek tot herziening besluit Wlz-zorg na eerdere afwijzing
Appellant had een aanvraag voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz) ingediend die op 3 november 2021 door het CIZ werd afgewezen wegens het ontbreken van medische noodzaak voor 24 uur zorg in de nabijheid en de blijvendheid van de zorgbehoefte. Na een nieuwe aanvraag en bezwaar werd op 4 juli 2023 alsnog een indicatie voor Wlz-zorg verleend met ingang van 13 mei 2022.
Appellant verzocht in juli 2023 het CIZ om terug te komen op het oorspronkelijke afwijzingsbesluit van 3 november 2021, verwijzend naar de latere indicatie. Dit verzoek werd door het CIZ en later ook door de rechtbank afgewezen omdat geen sprake was van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden die herziening rechtvaardigen.
In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep geoordeeld dat de medische informatie waarop appellant zich baseert geen aanleiding geeft om het eerdere besluit te herzien. De Raad concludeert dat de situatie van appellant pas recentelijk als uitbehandeld en blijvend afhankelijk van zorg is beoordeeld, en dat het oorspronkelijke besluit niet onmiskenbaar onjuist is.
De Raad bevestigt daarmee het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en wijst het hoger beroep af. Appellant krijgt geen proceskostenvergoeding en het betaalde griffierecht wordt niet teruggegeven.
Uitkomst: Het verzoek om terug te komen op het besluit van 3 november 2021 wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.