ECLI:NL:CRVB:2026:446
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens niet-betaling griffierecht afgewezen
Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Overijssel, maar dit hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet was betaald. Appellant stelde in verzet dat hij de betalingsherinnering niet kon ophalen vanwege sluiting van het postkantoor in de vakantieperiode. De Raad vroeg om bewijs hiervan, maar appellant kon dit niet leveren.
De Raad constateerde dat de eerste nota voor het griffierecht op 16 juni 2025 aan appellant was toegezonden en niet retour was gekomen, waardoor werd aangenomen dat appellant op de hoogte was van de betalingsverplichting. Het niet kunnen ophalen van de aangetekende brief verklaart niet waarom het griffierecht niet is betaald.
Omdat appellant geen feiten of omstandigheden aanvoerde die het verzuim konden rechtvaardigen, werd het verzet ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door R.W.L. Koopmans, in aanwezigheid van griffier D. Semiz, op 8 april 2026.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens niet-betaling van het griffierecht wordt ongegrond verklaard.