Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2026:450

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
8 april 2026
Publicatiedatum
17 april 2026
Zaaknummer
25/1445 PW-V
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep in sociale zekerheidszaak afgewezen

Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland, maar dit beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het beroepschrift niet tijdig was ingediend. Vervolgens stelde appellant verzet in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring. Tijdens de behandeling van het verzet gaf appellant aan dat hij pas na het ontslag van zijn advocaat wist dat hij zelf hoger beroep kon instellen, dat hij de Nederlandse taal en wetgeving niet beheerst, en dat hij leed aan PTSS. Ook stelde hij dat de gemeente Groningen fouten had gemaakt.

De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant in het verzet geen nieuwe feiten of omstandigheden had aangevoerd die het eerdere oordeel over het verzuim konden wijzigen. Daarom werd het verzet ongegrond verklaard. Het college van burgemeester en wethouders van Groningen was niet verschenen bij de zitting, terwijl appellant online deelnam.

Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door R.W.L. Koopmans, in aanwezigheid van griffier D. Semiz, en uitgesproken in het openbaar op 8 april 2026.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
25/1445 PW-V
Uitspraak op het verzet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 23 mei 2025, 24/4322 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Groningen (college)
Datum uitspraak: 8 april 2026

PROCESVERLOOP

In de uitspraak van 14 oktober 2025 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard omdat het beroepschrift niet binnen de gestelde termijn is ingediend.
Appellant heeft verzet gedaan.
Het verzet is 23 maart 2026 ter zitting behandeld. Het college is niet ter zitting verschenen. Appellant heeft online deelgenomen via Teams.

OVERWEGINGEN

In verzet is gesteld dat appellant pas na het onttrekken van zijn toenmalige advocaat te horen heeft gekregen dat hij zelf ook hoger beroep kan instellen. Tevens stelt appellant dat hij de Nederlandse wetgeving en taal niet beheerst en op dat moment niemand kende die hem kon helpen en appellant er op dat moment alleen voor stond. Appellant stelt ook dat hij lijdt aan PTSS en dat de gemeente Groningen fouten heeft gemaakt.
De Raad is van oordeel dat appellant in verzet geen nieuwe feiten of omstandigheden heeft aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat hij niet in verzuim is geweest.
Dit betekent dat het verzet ongegrond wordt verklaard.
Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door R.W.L. Koopmans, in tegenwoordigheid van D. Semiz als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 8 april 2026.
(getekend) R.W.L. Koopmans
(getekend) D. Semiz