Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2026:459

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
9 april 2026
Publicatiedatum
20 april 2026
Zaaknummer
24/1348 ANW-V
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep in ANW-uitkeringszaak afgewezen

Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam over een uitkering op grond van de Algemene Nabestaandenwet (ANW). Dit hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard door de Centrale Raad van Beroep omdat het griffierecht niet was betaald en er geen reden was om aan te nemen dat appellante niet in verzuim was.

Appellante stelde verzet in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring. Tijdens de zitting van 26 februari 2026 waren partijen niet aanwezig. In het verzet voerde appellante aan dat zij ziek is, geen werk heeft, vier kinderen onderhoudt en aanspraak wil maken op een ANW-uitkering na het overlijden van haar echtgenoot die een uitkering van de Sociale Verzekeringsbank ontving.

De Raad oordeelde dat verzet zich beperkt tot de vraag of de vereenvoudigde behandeling van het hoger beroep terecht was toegepast en of appellante onterecht niet op zitting was gehoord. Appellante had geen concrete gronden aangevoerd tegen de vereenvoudigde behandeling, maar slechts haar eerdere beroepsgronden herhaald. Dit was onvoldoende om twijfel te zaaien over het eerdere oordeel. Daarom werd het verzet ongegrond verklaard.

Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door K.H. Sanders, in aanwezigheid van griffier C.M. Snellenberg, op 9 april 2026.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

24/1348 ANW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het verzet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 18 april 2024, 23/829 ANW (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] , Marokko (appellante)
de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank (Svb)
Datum uitspraak: 9 april 2026

PROCESVERLOOP

In de uitspraak van 11 oktober 2024 heeft de Raad het door appellante ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak met toepassing van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) niet-ontvankelijk verklaard omdat het verschuldigde griffierecht niet is betaald en op grond van de beschikbare gegevens redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest.
Appellante heeft verzet gedaan.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld op de zitting van 26 februari 2026. Partijen zijn niet verschenen.

OVERWEGINGEN

Verzet, als bedoeld in artikel 8:55 van Pro de Awb, ziet uitsluitend op de vraag of de Raad ten onrechte tot vereenvoudigde behandeling is overgegaan wegens de kennelijke uitkomst van – in dit geval – het hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak. Dit betekent dat de beoordeling van de Raad in deze verzetsprocedure beperkt is tot de vraag of terecht uitspraak is gedaan zonder appellante op zitting te horen.
In verzet heeft appellante naar voren gebracht dat haar echtgenoot tot zijn overlijden een uitkering van de Sociale Verzekeringsbank had. Zij heeft geen werk en is ziek. Zij heeft vier kinderen waarvoor veel uitgaven gedaan moeten worden. Appellante wil in aanmerking komen voor een uitkering op grond van de Algemene Nabestaandenwet.
Appellante heeft niet aangevoerd dat de Raad ten onrechte is overgegaan tot een vereenvoudigde behandeling van haar hoger beroep. Appellante heeft zich beperkt tot een herhaling van de gronden van haar hoger beroep. Het enkel herhalen van die gronden doet geen twijfel ontstaan over het in de uitspraak van 11 oktober 2024 door de Raad gegeven oordeel.
Dit betekent dat het verzet ongegrond wordt verklaard.
Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door K.H. Sanders, in tegenwoordigheid van C.M. Snellenberg als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 9 april 2026.
(getekend) K.H. Sanders
De griffier is verhinderd te ondertekenen.

DÉCISION

La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale),
statue:
Déclare le recours non fondé
Par conséquent, décidée par K.H. Sanders, en présence de C.M. Snellenberg en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 9 avril 2026.