ECLI:NL:CRVB:2026:468
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep in ANW-uitkeringszaak ongegrond verklaard
In deze zaak heeft appellante verzet ingesteld tegen de niet-ontvankelijkverklaring van haar hoger beroep door de Centrale Raad van Beroep. De Raad had het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het niet tijdig was ingediend en er geen reden was om te veronderstellen dat appellante niet in verzuim was.
Appellante stelde in verzet dat haar overleden partner verzekerd was en dat zij zelf ziek is, geen activiteiten kan ondernemen en geen inkomsten heeft, en dat zij aanspraak wil maken op een uitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW). Echter, zij heeft niet aangevoerd dat de Raad ten onrechte tot een vereenvoudigde behandeling van haar hoger beroep is overgegaan.
De Raad heeft het verzet beoordeeld op de vraag of de vereenvoudigde behandeling terecht was toegepast, waarbij het enkel herhalen van eerdere gronden onvoldoende is om het oordeel van de Raad te betwisten. Daarom is het verzet ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.