ECLI:NL:CRVB:2026:47

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
15 januari 2026
Publicatiedatum
16 januari 2026
Zaaknummer
25/336 AOR
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing aanvraag om erkenning als oorlogsgetroffene in de zin van de AOR

In deze zaak gaat het om de vraag of bevestiging kan worden verkregen dat appellant in omstandigheden heeft verkeerd als bedoeld in de Algemene Oorlogsongevallenregeling (AOR). De Centrale Raad van Beroep heeft geoordeeld dat de aanvraag van appellant om erkenning als oorlogsgetroffene terecht is afgewezen. De Raad is van mening dat in onvoldoende mate is aangetoond of aannemelijk is gemaakt dat appellant in AOR-omstandigheden heeft verkeerd. De Raad heeft de beschikbare gegevens, waaronder de verklaringen van de broers en zusters van appellant, in overweging genomen. Het oordeel van de Raad is dat er geen bewijs is dat appellant de bestorming en mishandeling van zijn moeder heeft meegemaakt. De Raad heeft vastgesteld dat de door appellant gestelde dreigende situatie rondom de ouderlijke woning niet onder de werking van de AOR kan worden gebracht, omdat er geen bewijs is dat appellant persoonlijk direct betrokken is geweest bij een gebeurtenis die onder de AOR valt. Het beroep van appellant is dan ook ongegrond verklaard, wat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Appellant krijgt geen vergoeding voor zijn proceskosten en het betaalde griffierecht.

Uitspraak

25/336 AOR
Datum uitspraak: 15 januari 2026
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak in het geding tussen
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Pensioen- en Uitkeringsraad (verweerder)
SAMENVATTING
In deze zaak gaat het om de vraag of bevestiging kan worden verkregen dat appellant in omstandigheden heeft verkeerd als bedoeld in de AOR. De Raad is net als verweerder van oordeel dat die bevestiging niet is verkregen
.

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. J.G. Wattilete, advocaat, beroep ingesteld tegen een besluit van verweerder van 2 januari 2025, kenmerk BZ011694137 (bestreden besluit). Dit betreft de toepassing van de AOR. [1]
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van 4 december 2025. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Wattilete. Voor appellant was tevens aanwezig zijn zuster [naam zuster] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door A.L. van de Wiel
.

OVERWEGINGEN

Inleiding

1. Bij de beoordeling van het beroep zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang.
1.1.
Appellant, geboren in augustus 1952, heeft in maart 2024 verzocht om toekenningen op grond van de AOR.
1.2.
Met een besluit van 9 oktober 2024, na bezwaar gehandhaafd met het bestreden besluit, heeft verweerder de aanvraag afgewezen omdat in onvoldoende mate is aangetoond of aannemelijk is gemaakt dat appellant in AOR-omstandigheden heeft verkeerd.

Het oordeel van de Raad

2. De Raad beoordeelt het bestreden besluit aan de hand van de argumenten die appellant in beroep heeft aangevoerd, de beroepsgronden. De Raad komt tot het oordeel dat het beroep niet slaagt.
2.1.
Uit artikel 1 van de AOR volgt dat voor het erkennen als oorlogsgetroffene in de zin van de AOR als eerste voorwaarde geldt dat de aanvrager gebeurtenissen als bedoeld in de AOR heeft meegemaakt. Pas als dat is vastgesteld, kunnen de medische gevolgen daarvan aan de orde komen. Verweerder heeft dan ook zonder voorafgaand medisch onderzoek beoordeeld of appellant oorlogsgebeurtenissen in de zin van de AOR heeft meegemaakt.
2.2.
Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat in onvoldoende mate is aangetoond of aannemelijk is gemaakt dat appellant aanwezig is geweest bij de bestorming van de ouderlijke woning waarbij zijn moeder is mishandeld. Met betrekking tot de door appellant gestelde dreigende situatie rondom de ouderlijke woning is voor verweerder niet gebleken van omstandigheden die onder de werking van de AOR kunnen worden gebracht.
2.3.
Op grond van de beschikbare gegevens, waaronder mede de gegevens uit de dossiers van broers en zusters van appellant heeft ook de Raad niet kunnen vaststellen dat appellant de bestorming en mishandeling van zijn moeder heeft meegemaakt. Van doorslaggevende betekenis hierbij zijn de verklaringen die door zus D.A. (geboren in mei 1947) zijn gegeven. Ten behoeve van de AOR-aanvraag van haar broer R.W. (geboren in december 1949) verklaarde zij dat haar moeder bij de gebeurtenis baby R.W. in haar armen had en dat hij daarbij ten val is gekomen. Bij haar eigen aanvraag in 2023 heeft zij deze bewoordingen herhaald. Vervolgens heeft zus D.A. ten behoeve van de aanvraag van appellant telefonisch haar eerdere verklaringen herhaald en daarbij desgevraagd (tweemaal) aangegeven dat tijdens de inval haar moeder in verwachting was van appellant. Anders dan namens appellant is betoogd ziet de Raad geen aanleiding om aan de telefonische verklaring van zus D.A. te twijfelen. De verklaring van broer R.W. dat de gebeurtenis in 1953 heeft plaatsgevonden vindt geen bevestiging in de stukken en lijkt ook niet in overeenstemming met de gegeven verklaring ten behoeve van zijn eigen aanvraag.
2.4.
Met betrekking tot de door appellant gestelde dreigende situatie rondom de ouderlijke woning is de Raad met verweerder van oordeel dat een dergelijke algemene situatie niet onder de werking van de AOR kan worden gebracht. Voor het aanvaarden van een AORomstandigheid is van belang dat een aanvrager persoonlijk direct betrokken is geweest bij een gebeurtenis. Daarvan is in het geval van appellant niet gebleken.

Conclusie en gevolgen

2.5.
Het beroep slaagt niet. Dit betekent dat het bestreden besluit in stand blijft.
3. Omdat het beroep niet slaagt krijgt appellant geen vergoeding voor zijn proceskosten en het betaalde griffierecht.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door H. Lagas, in tegenwoordigheid van B.F.C. Wiedenhof als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 15 januari 2026.
(getekend) H. Lagas
(getekend) B.F.C. Wiedenhof

Voetnoten

1.Algemene Oorlogsongevallenregeling.