ECLI:NL:CRVB:2026:471
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring verzoek herziening nabestaandenuitkering ongegrond verklaard
Verzoekster, woonachtig in Marokko, had een verzoek tot herziening ingediend tegen een eerdere uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 27 november 2024 betreffende een nabestaandenuitkering. Dit verzoek werd op 26 september 2025 niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet was betaald. Hiertegen stelde verzoekster verzet in.
Het verzet werd op 23 maart 2026 behandeld, waarbij partijen niet verschenen. Verzoekster stelde in verzet dat zij weduwe is en dat haar overleden echtgenoot een ouderdomspensioen en AOW-uitkering ontving, en verzocht om heronderzoek van haar situatie voor toekenning van een nabestaanden ANW-uitkering.
De Raad oordeelde dat verzoekster in het verzet geen nieuwe feiten of omstandigheden had aangevoerd die het eerdere oordeel over haar verzuim konden weerleggen. Daarom werd het verzet ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd op 8 april 2026 in het openbaar gedaan door R.W.L. Koopmans.
Uitkomst: Het verzet van verzoekster wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden die het eerdere oordeel over verzuim kunnen wijzigen.