Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2026:471

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
8 april 2026
Publicatiedatum
20 april 2026
Zaaknummer
25/734 ANW-V
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring verzoek herziening nabestaandenuitkering ongegrond verklaard

Verzoekster, woonachtig in Marokko, had een verzoek tot herziening ingediend tegen een eerdere uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 27 november 2024 betreffende een nabestaandenuitkering. Dit verzoek werd op 26 september 2025 niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet was betaald. Hiertegen stelde verzoekster verzet in.

Het verzet werd op 23 maart 2026 behandeld, waarbij partijen niet verschenen. Verzoekster stelde in verzet dat zij weduwe is en dat haar overleden echtgenoot een ouderdomspensioen en AOW-uitkering ontving, en verzocht om heronderzoek van haar situatie voor toekenning van een nabestaanden ANW-uitkering.

De Raad oordeelde dat verzoekster in het verzet geen nieuwe feiten of omstandigheden had aangevoerd die het eerdere oordeel over haar verzuim konden weerleggen. Daarom werd het verzet ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd op 8 april 2026 in het openbaar gedaan door R.W.L. Koopmans.

Uitkomst: Het verzet van verzoekster wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden die het eerdere oordeel over verzuim kunnen wijzigen.

Uitspraak

Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
25/734 ANW-V
Uitspraak op het verzet in verband met het verzoek om herziening van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 27 november 2024, CRvB 23/1847 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[verzoeksters] te Marokko (verzoekster)
de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank (Svb)
Datum uitspraak: 8 april 2026

PROCESVERLOOP

In de uitspraak van 26 september 2025 heeft de Raad het door verzoekster ingestelde verzoek om herziening tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet is betaald.
Verzoekster heeft verzet gedaan.
Het verzet is op 23 maart 2026 ter zitting behandeld. Partijen zijn niet ter zitting verschenen.

OVERWEGINGEN

In verzet stelt verzoekster dat zij weduwe is en haar overleden echtgenoot een ouderdomspensioen en AOW-uitkering heeft. Verzoekster vraagt of wij haar situatie willen onderzoeken zodat appellante een nabestaanden ANW-uitkering kan krijgen.
De Raad is van oordeel dat verzoekster in verzet geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat zij niet in verzuim is geweest.
Dit betekent dat het verzet ongegrond wordt verklaard.
Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door R.W.L. Koopmans, in tegenwoordigheid van D. Semiz als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 8 april 2026.
(getekend) R.W.L. Koopmans
(getekend) D. Semiz