Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2026:474

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
9 april 2026
Publicatiedatum
21 april 2026
Zaaknummer
24/2588 WAO-V
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:55 AwbArt. 8:119 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen afwijzing verzoek herziening WAO-uitspraak ongegrond verklaard

De Centrale Raad van Beroep behandelde het verzet tegen de afwijzing van een verzoek om herziening van een eerdere uitspraak inzake WAO. De oorspronkelijke herzieningsaanvraag werd afgewezen omdat de verzoeker geen nieuwe feiten of omstandigheden had aangevoerd zoals vereist volgens artikel 8:119, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

In het verzet stelde de verzoeker dat hij in Nederland had gewerkt, verzekerd was en ziek werd tijdens zijn werk, met ernstige gevolgen voor zijn gezondheid en financiële situatie. Echter, hij bracht geen nieuwe argumenten aan die de toepassing van de vereenvoudigde procedure door de Raad konden betwisten.

De Raad oordeelde dat het verzet zich beperkt tot de vraag of de vereenvoudigde behandeling terecht was toegepast en dat het enkel herhalen van eerdere gronden geen aanleiding gaf tot twijfel over het eerdere oordeel. Daarom werd het verzet ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

De uitspraak werd gedaan door K.H. Sanders namens de Centrale Raad van Beroep op 9 april 2026.

Uitkomst: Het verzet tegen de afwijzing van het verzoek om herziening wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
24/2588 WAO-V
Uitspraak op het verzet in verband met het verzoek om herziening van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 1 september 2022, 20/2789 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[verzoeker] te [woonplaats] , Marokko (verzoeker)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Datum uitspraak: 9 april 2026

PROCESVERLOOP

In de uitspraak van 30 april 2025 heeft de Raad het door verzoeker ingediende verzoek om herziening van de aangevallen uitspraak afgewezen omdat verzoeker in zijn verzoek om herziening geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd als bedoeld in artikel 8:119, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Verzoeker heeft verzet gedaan.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld op de zitting van 26 februari 2026. Partijen zijn niet verschenen.

OVERWEGINGEN

Verzet, als bedoeld in artikel 8:55 van Pro de Awb, ziet uitsluitend op de vraag of de Raad ten onrechte tot vereenvoudigde behandeling is overgegaan wegens de kennelijke uitkomst van ‑ in dit geval ‑ het verzoek om herziening van de aangevallen uitspraak. Dit betekent dat de beoordeling van de Raad in deze verzetsprocedure beperkt is tot de vraag of terecht uitspraak is gedaan zonder verzoeker op zitting te horen.
In verzet wordt door verzoeker naar voren gebracht dat hij in Nederland heeft gewerkt, verzekerd was en ziek is geworden tijdens zijn werk. Als gevolg van zijn ziekte is hij alles kwijtgeraakt en heeft hij tot op heden te lijden onder zijn slechte gezondheid en financiële situatie.
Verzoeker heeft niet aangevoerd dat de Raad ten onrechte is overgegaan tot een vereenvoudigde behandeling van zijn verzoek om herziening. Verzoeker heeft zich beperkt tot een herhaling van de gronden van dat verzoek. Het enkel herhalen van die gronden doet geen twijfel ontstaan over het in de uitspraak van 30 april 2025 door de Raad gegeven oordeel.
Dit betekent dat het verzet ongegrond wordt verklaard.
Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door K.H. Sanders, in tegenwoordigheid van C.M. Snellenberg als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 9 april 2026.
(getekend) K.H. Sanders
De griffier is verhinderd te ondertekenen.