Uitspraak
21 oktober 2025, 24/11105 en 24/11110
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam. Volgens artikel 8:41 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het betalen van griffierecht verplicht bij het indienen van een beroepschrift, en dit geldt ook voor hoger beroep op grond van artikel 8:108 Awb Pro.
Appellant is bij brief van 4 december 2025 en opnieuw bij aangetekende brief van 5 januari 2026 gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht van €143,- en de uiterste betalingstermijnen. Ondanks deze waarschuwingen is het griffierecht niet betaald binnen de gestelde termijnen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant in verzuim is en verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk zonder inhoudelijke behandeling. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter M. Wolfrat en griffier A. Giesen op 21 april 2026.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht binnen de gestelde termijn.