Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2026:480

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
1 april 2026
Publicatiedatum
21 april 2026
Zaaknummer
24/2714 ANW-PV
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Proces-verbaal
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Algemene nabestaandenwetAlgemeen Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing ANW-uitkering wegens ontbreken verzekering op overlijdensmoment

Appellante, woonachtig in Marokko, verzocht om een ANW-uitkering na het overlijden van haar echtgenoot die sinds 2011 in Marokko woonde en een remigratie-uitkering ontving. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) wees de aanvraag af omdat de echtgenoot op het moment van overlijden niet verzekerd was voor de ANW noch onder de Marokkaanse socialezekerheidswetgeving.

Appellante maakte bezwaar tegen deze afwijzing, maar het bezwaar werd ongegrond verklaard. De rechtbank Amsterdam bevestigde dit oordeel en stelde dat de bepalingen van de ANW dwingend zijn en geen ruimte bieden voor afwijkingen op basis van persoonlijke omstandigheden zoals het feit dat appellante weduwe is en voor twee kinderen zorgt.

In hoger beroep voerde appellante aan dat haar echtgenoot in Nederland had gewerkt en dat zij zich in een slechte financiële situatie bevindt. De Raad nam de overwegingen van de rechtbank over en concludeerde dat uit het dossier en een formulier van de Marokkaanse sociale zekerheid blijkt dat er geen verzekerde tijdvakken waren in 2023. Daarom is er geen recht op een ANW-uitkering.

Het hoger beroep werd afgewezen, het bestreden besluit bleef in stand en appellante kreeg geen vergoeding van proceskosten of griffierecht terug. De uitspraak is openbaar en partijen kunnen binnen zes weken cassatie instellen bij de Hoge Raad.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit tot afwijzing van de ANW-uitkering blijft in stand.

Uitspraak

Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
24/2714 ANW-PV
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 5 november 2024, 24/2742 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank (Svb)
Datum uitspraak: 1 april 2026
Zitting heeft: A. Hoogenboom
Griffier: M. Dafir
Appellante is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M.F. Sturmans.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
1. Appellante woont in Marokko en is getrouwd geweest. Haar echtgenoot, geboren in 1961, heeft tot 2011 in Nederland gewoond en is daarna naar Marokko verhuisd. Hij ontving een remigratie-uitkering en is in Marokko op [datum] 2023 overleden. Na zijn overlijden heeft appellante een uitkering op grond van de ANW [1] aangevraagd.
2. Met een besluit van 11 december 2023 heeft de Svb de aanvraag afgewezen. Appellante heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Met het bestreden besluit van 19 april 2024 is het bezwaar van appellante ongegrond verklaard. De Svb heeft hierbij overwogen dat de echtgenoot van appellante op de dag van zijn overlijden niet verzekerd was voor de ANW en ook niet verzekerd was voor de Marokkaanse wetgeving.
3. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarmee het bestreden besluit in stand gelaten.
4. In hoger beroep heeft appellante verwezen naar haar dossier en gevraagd om een nieuwe beoordeling van haar zaak, omdat zij zich in een slechte financiële situatie bevindt. In beroep heeft appellante aangevoerd dat zij recht heeft op een ANW-uitkering omdat haar overleden echtgenoot in Nederland heeft gewerkt. Zij wijst er verder op dat zij weduwe is en voor twee kinderen zorgt.
5. De rechtbank heeft overwogen dat de echtgenoot van appellante ten tijde van zijn overlijden niet verzekerd was voor de ANW op grond van wonen of werken. Ook is niet gebleken dat hij zich vrijwillig heeft verzekerd. Appellante kan verder op grond van het NMV [2] geen aanspraak maken op een ANW-uitkering, omdat de echtgenoot niet verzekerd was voor de Marokkaanse socialezekerheidswetten. De rechtbank overweegt verder dat de bepalingen van de ANW ten aanzien van het verzekerd zijn dwingend van aard zijn. Er is geen ruimte om op grond van andere redenen dan de voorwaarden die in de ANW staan een uitkering te verlenen. Dat appellante weduwe is en dat zij voor twee kinderen zorgt, en dat de echtgenoot op het moment van overlijden een remigratie-uitkering en een tegemoetkoming ziektekostenverzekering uit Nederland ontving, kan dus niet tot toekenning van de ANW-uitkering leiden.
6. De Raad is het met het oordeel van de rechtbank eens en neemt de overwegingen die hieraan ten grondslag liggen over. Daaraan wordt toegevoegd dat de Raad de Svb heeft verzocht om nadere uitleg van de stukken in het dossier met betrekking tot de vraag of de echtgenoot van appellante op het moment van overlijden verzekerd was voor dat risico op grond van de Marokkaanse socialezekerheidswetten. De Svb stelt dat uit het door de Caisse Nationale de Sécurité Sociale opgestelde NM/MN 205 formulier volgt dat geen sprake was van verzekerde tijdvakken in 2023. Met de Svb is de Raad van oordeel dat op basis van dat formulier aannemelijk is dat de echtgenoot van appellante niet verzekerd was voor overlijden voor de Marokkaanse socialezekerheidswetten. Appellante heeft daarom geen recht op een ANW-uitkering op die grond. Het feit dat appellante zich in een slechte financiële positie bevindt, maakt niet dat zij om die reden aanspraak kan maken op een ANW-uitkering.
7. Het hoger beroep slaagt dus niet. Dat betekent dat het besluit van de Svb tot afwijzing van de aanvraag om een ANW-uitkering in stand blijft. Omdat het hoger beroep niet slaagt krijgt appellante geen vergoeding voor haar (proces)kosten en krijgt zij haar griffierecht niet terug.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer
De griffier is verhinderd te ondertekenen(getekend) A. Hoogenboom
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH Den Haag) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen over het begrip verzekerde.

DÉCISION

La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale),
statue:
confirme la décision attaquée.
Par conséquent, décidée par A. Hoogenboom en présence de M. Dafir en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 1 avril 2026.
Les parties disposent d’un délai de six semaines à compter de la date d’envoi pour introduire un pourvoi en cassation contre cette décision devant la Cour de Cassation des Pays-Bas: Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, NL2500 EH ‘s-Gravenhage) au titre de la violation ou de la mauvaise application des dispositions concernant la notion de groupe d’assuré.

Voetnoten

1.Algemene nabestaandenwet.
2.Algemeen Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko.